Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Transportdiensten

Onderdeel van Transportcode gas TSB· Contracten, schade en aansprakelijkheid

Deze tekst geldt sinds 21 februari 2026

2.1 Transport Transport vindt plaats op grond van een met de transmissiesysteembeheerder te sluiten overeenkomst en houdt in dat de transmissiesysteembeheerder gas aangeboden op een entrypunt in het transmissiesysteem inneemt en op een exitpunt ter beschikking stelt. Entrycapaciteit en exitcapaciteit kunnen onafhankelijk van elkaar bij de transmissiesysteembeheerder worden gecontracteerd. 2.1.1a Entry- en exitpunten [Vervalt] De transmissiesysteembeheerder informeert de systeemgebruikers op geschikte wijze over de actuele lijst van haar entry- en exitpunten, ingedeeld naar relevante marktsegmenten en publiceert de actuele lijst op haar website. De transmissiesysteembeheerder stelt entry- en exitpunten vast op grond van objectieve, transparante en niet-discriminerende voorwaarden en met inachtneming van de belangen van systeemgebruikers. Onder het vaststellen van entry- en exitpunten in dit artikel, wordt mede begrepen het laten vervallen van entry- en exitpunten. Indien het entry- of exitpunt vervalt vanwege het wegvallen van fysieke gasstromen of er een entry- of exitpunt ontstaat vanwege nieuwe fysieke gasstromen, is de procedure als in het zesde tot en met het twaalfde lid van dit artikel bepaald niet van toepassing. Een voornemen tot wijziging van de vaststelling van interconnectiepunt(en) dat leidt tot het laten vervallen van alle interconnectiepunten tussen twee entry-exitsystemen (marktintegratie), zal tenminste achttien maanden voor de geplande invoeringsdatum bekend worden gemaakt door de transmissiesysteembeheerder in samenwerking met de andere transmissiesysteembeheerder(s). Deze bekendmaking vindt plaats door publicatie van het voornemen op de website van de transmissiesysteembeheerder en door toezending van het voornemen aan de ACM. Het voornemen, bedoeld in het zesde lid, bevat tenminste: een analyse van de kosten en baten van het laten vervallen van de betrokken interconnectiepunten; een analyse van de financiële gevolgen van het laten vervallen van de betrokken interconnectiepunten voor de systeemgebruikers van de betrokken entry-exitsystemen. De transmissiesysteembeheerder maakt de financiële gevolgen inzichtelijk aan de hand van een naar jaar gespecificeerde berekening voor een periode van tenminste vijf jaren; informatie over de technische en operationele voorzieningen die ten behoeve van het laten vervallen van de betrokken interconnectiepunten moeten worden getroffen en de afspraken die daarover zijn gemaakt met de andere transmissiesysteembeheerder(s). De transmissiesysteembeheerder stelt systeemgebruikers in de gelegenheid om binnen zes weken na publicatie van het voornemen een schriftelijke reactie te geven op het voornemen. De transmissiesysteembeheerder zendt een afschrift van de ontvangen reacties op het voornemen aan de ACM. De transmissiesysteembeheerder geeft niet eerder uitvoering aan het voornemen dan nadat: de ACM heeft beoordeeld of het laten vervallen van de betrokken interconnectiepunten plaatsvindt overeenkomstig de in het derde lid genoemde criteria; de ACM en de betrokken buitenlandse nationale regulerende instantie(s) hebben vastgesteld welke technische en operationele maatregelen getroffen dienen te worden door de betrokken transmissiesysteembeheerders; de ACM en de betrokken buitenlandse nationale regulerende instantie(s), hebben vastgesteld of en, zo ja, welke vergoedingsmaatregel vanwege het kostenveroorzakingsprincipe dient te worden getroffen ter vergoeding van het transport van gas tussen de betrokken transmissiesysteembeheerders. De vergoedingsmaatregel beperkt de nadelige effecten op de inkomsten van de betrokken transmissiesysteembeheerders en voorkomt ongeoorloofde kruissubsidiëring tussen systeemgebruikers. Verder draagt de vergoedingsmaatregel bij aan kostenreflectieve tarieven. Het in het negende lid, onderdelen a, b en c genoemde zal binnen een termijn van twaalf maanden worden uitgevoerd of sneller indien dat mogelijk is. De overschrijding van deze termijn laat de verplichting van de transmissiesysteembeheerder om niet eerder uitvoering te geven aan het voornemen dan nadat het in het negende lid, onderdelen a, b en c is doorlopen, onverlet. De ACM zal de uitkomsten van de in het negende lid, onderdelen a tot en met c bedoelde onderzoeken, op geschikte wijze bekendmaken. Indien de transmissiesysteembeheerder het voornemen heeft om, anders dan vanwege marktintegratie, een entry- of exitpunt vast te stellen, dan geldt de hiernavolgende procedure: De transmissiesysteembeheerder meldt dit voornemen aan de ACM uiterlijk twee maanden voordat zij uitvoering wil geven aan dit voornemen. De ACM beoordeelt dit voornemen op een materieel effect voor de systeemgebruikers en deelt de uitkomst van deze beoordeling met de systeemgebruikers. Indien er sprake is van een materieel effect zal de transmissiesysteembeheerder in overleg treden met de systeemgebruikers. Indien er sprake is van een materieel effect zal de ACM binnen een termijn van drie maanden of sneller indien dat mogelijk is: beoordelen of het vaststellen van het entry- of exitpunt plaatsvindt overeenkomstig de in het derde lid genoemde criteria; vaststellen of en, zo ja, welke compenserende maatregel vanwege het kostenveroorzakingsprincipe dient te worden getroffen teneinde ongeoorloofde kruissubsidiëring tussen systeemgebruikers te voorkomen. De compenserende maatregel draagt bij aan kostenreflectieve tarieven. De transmissiesysteembeheerder geeft niet eerder uitvoering aan haar voornemen, bedoeld in het elfde lid, dan dat de procedure in het elfde lid, onderdelen a tot en met d is doorlopen. 2.1.2 Entry- en exitcapaciteit Omschrijving Gecontracteerde entrycapaciteit geeft het recht om op een entrypunt een hoeveelheid gas per uur in het transmissiesysteem in te voeden. Gecontracteerde exitcapaciteit geeft het recht om op een exitpunt een hoeveelheid gas per uur aan het transmissiesysteem te onttrekken. Contractering en toewijzing Entry- en exitcapaciteit wordt onderscheiden in verschillende capaciteitsproducten. De capaciteitsproducten verschillen wat betreft de aanvangsdatum en aanvangstijd, de duur waarvoor entry- of exitcapaciteit wordt gecontracteerd en de prijs die op het capaciteitsproduct van toepassing is. Op interconnectiepunten biedt de transmissiesysteembeheerder overeenkomstig artikel 9 van NC-CAM standaard jaarcapaciteitsproducten, standaard kwartaalcapaciteitsproducten, standaard maandcapaciteitsproducten, standaard dagcapaciteitsproducten en standaard within-day-capaciteitsproducten aan. Deze standaard capaciteitsproducten worden gecontracteerd en aan erkende balanceringsverantwoordelijken toegewezen door middel van een veiling als bepaald in NC-CAM. Op binnenlandse entry- en exitpunten worden jaarcapaciteitsproducten, kwartaalcapaciteitsproducten, maandcapaciteitsproducten, dagcapaciteitsproducten en within-day-capaciteitsproducten onderscheiden. Jaar-, kwartaal-, maand-, dag- en within-day-capaciteitsproducten hebben op binnenlandse entry- en exitpunten dezelfde aanvangsdatum, aanvangstijd en duur als de standaard capaciteitsproducten zoals beschreven in artikel 9 van NC-CAM, met uitzondering van jaarcapaciteitsproducten die elke gasmaand kunnen aanvangen. Op binnenlandse entry- en exitpunten, niet zijnde exitpunten die de verbinding vormen tussen het transmissiesysteem en een distributiesysteem, worden deze capaciteitsproducten gecontracteerd en aan balanceringsverantwoordelijken of aangeslotenen met exitcapaciteit toegewezen volgens het first come first served principe. Op binnenlandse exitpunten die de verbinding vormen tussen het transmissiesysteem en een distributiesysteem wordt de exitcapaciteit gecontracteerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.1.2b tot en met 2.1.2e. Indien een balanceringsverantwoordelijke of aangeslotenen met exitcapaciteit op binnenlandse entry- en exitpunten op dezelfde dag op een entry- of exitpunt entry- of exitcapaciteit contracteert in een willekeurige combinatie van kwartaal-, maand- en dagcapaciteitsproducten, zal de transmissiesysteembeheerder op verzoek van de balanceringsverantwoordelijken of aangeslotenen met exitcapaciteit per schijf van gelijke hoeveelheid gecontracteerde entry- of exitcapaciteit het volgende doen: Indien de te betalen prijs voor de combinatie van gecontracteerde kwartaal-, maand- en dagcapaciteitsproducten hoger is dan de prijs van een jaarcapaciteitsproduct, dan wordt voor die schijf het jaarcapaciteitsproduct gecontracteerd, mits de daartoe benodigde capaciteit op het betreffende entry- of exitpunt beschikbaar is; Indien de te betalen prijs voor de combinatie van gecontracteerde maand- en dagcapaciteitsproducten binnen één gaskwartaal hoger is dan de prijs voor het betreffende kwartaalcapaciteitsproduct, dan wordt het betreffende kwartaalcapaciteitsproduct gecontracteerd, mits de daartoe benodigde capaciteit op het betreffende entry- of exitpunt beschikbaar is; of Indien de te betalen prijs voor de combinatie van gecontracteerde dagcapaciteitsproducten binnen één maand hoger is dan de te betalen prijs voor het maandcapaciteitsproduct, dan wordt het betreffende maandcapaciteitsproduct gecontracteerd, mits de daartoe benodigde capaciteit op het betreffende entry- of exitpunt beschikbaar is. Afschakelbare entry- en exitcapaciteit Entry- en exitcapaciteit kunnen door de transmissiesysteembeheerder in de vorm van afschakelbare transportcapaciteit worden aangeboden. Gecontracteerde afschakelbare entrycapaciteit geeft het voorwaardelijke recht om op een entrypunt een hoeveelheid gas per uur in het transmissiesysteem in te voeden. Gecontracteerde afschakelbare exitcapaciteit geeft het voorwaardelijke recht om op een exitpunt een hoeveelheid gas per uur aan het transmissiesysteem te onttrekken. De transmissiesysteembeheerder biedt afschakelbare entrycapaciteit of exitcapaciteit slechts aan indien vaste entrycapaciteit of vaste exitcapaciteit niet meer beschikbaar is. Van afschakelbare entry- of exitcapaciteit kan uitsluitend gebruik worden gemaakt indien de systeemgebruikers van het transmissiesysteem die op het betreffende entrypunt of exitpunt beschikken over vaste entry- of exitcapaciteit dan wel eerder gecontracteerde afschakelbare entry- of exitcapaciteit, niet (volledig) van hun entrycapaciteit respectievelijk exitcapaciteit gebruik maken. Indien niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, kan de systeemgebruiker op het desbetreffende entry- of exitpunt (deels) worden afgeschakeld. Het afschakelen zal worden uitgevoerd in de volgorde van de volgens artikel 5.1.6 vastgelegde tijdstempels, en bij gelijke tijdstempels naar rato van de nominaties. Overige voorwaarden Op binnenlandse entry- en exitpunten zal de transmissiesysteembeheerder onverwijld, met inachtneming van artikel 2.1.12, naar mate er bestaande vaste entrycapaciteit of bestaande vaste exitcapaciteit beschikbaar komt, de gecontracteerde afschakelbare entrycapaciteit opwaarderen naar vaste entrycapaciteit respectievelijk vaste exitcapaciteit. Het opwaarderen zal worden uitgevoerd in de volgorde van de volgens artikel 5.1.6 vastgelegde tijdstempels. 2.1.2a De transmissiesysteembeheerder houdt exitcapaciteit aan ten behoeve van exitpunten die gekoppeld zijn aan de aansluiting van een direct aangeslotene. De transmissiesysteembeheerder houdt uitsluitend exitcapaciteit aan die gecontracteerd is voor de duur van een jaar een kwartaal of een maand. De exitcapaciteit voor een direct aangeslotene wordt aangehouden tot uiterlijk één maand voor het aflopen van de al gecontracteerde exitcapaciteit op het betreffende exitpunt. 2.1.2b De transmissiesysteembeheerder bepaalt voor alle exitpunten die de verbinding vormen tussen het transmissiesysteem en een distributiesysteem gezamenlijk de planparameters en publiceert deze voorafgaand aan elk kalenderjaar op zijn website. De planparameters omvatten de plancapaciteit, de plancapaciteit profielverbruikers, de standaardcapaciteit profielverbruikers, de plancapaciteit telemetrieverbruikers en de exitcapaciteit benodigd voor pieklevering, als bedoeld en onder omstandigheden zoals omschreven in artikel 3.30, lid 1 van het Energiebesluit. De transmissiesysteembeheerder publiceert de wijze waarop de planparameters worden bepaald op haar website. Bij de bepaling als bedoeld in de vorige twee volzinnen geldt dat de som van de plancapaciteit profielverbruikers en de plancapaciteit telemetrieverbruikers gelijk is aan de plancapaciteit. De standaardcapaciteit profielverbruikers plus de plancapaciteit telemetrieverbruikers wordt geheel gecontracteerd door de gezamenlijke balanceringsverantwoordelijken met erkenning LB. De standaardcapaciteit profielverbruikers en plancapaciteit telemetrieverbruikers worden in de vorm van vaste exitcapaciteit gecontracteerd. De transmissiesysteembeheerder verdeelt de standaardcapaciteit profielverbruikers, plus de plancapaciteit telemetrieverbruikers over de balanceringsverantwoordelijken n met erkenning LB op basis van gegevens uit de aansluitingenregisters van de distributiesysteembeheerders volgens de methodiek van artikel 2.1.2d respectievelijk artikel 2.1.2e. 2.1.2c De distributiesysteembeheerders doen aan de transmissiesysteembeheerder maandelijks uiterlijk op de zesde werkdag volgende op de eerste kalenderdag van de maand opgave van de volgende gegevens voor de aansluitingen direct aangesloten op het distributiesysteem, geldend per eerste kalenderdag van die maand, per exitpunt per balanceringsverantwoordelijke per leverancier: Voor profielverbruikers: het aantal profielverbruikers per aansluitingcategorie; de som van de standaardjaarverbruiken per aansluitingcategorie. Voor telemetrieverbruikers: het aantal telemetrieverbruikers; de som van de maxverbruiken voor telemetrieverbruikers als vastgelegd in de aansluitingenregisters van de distributiesysteembeheerders Voor de systeemverliezen: De som van de uurlijkse systeemverliezen van het desbetreffende kalenderjaar Uiterlijk op de tiende werkdag van de vierde maand na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben verstrekken de distributiesysteembeheerders de genoemde gegevens nogmaals aan de transmissiesysteembeheerder, waarbij zij correcties verwerken die zijn aangebracht naar aanleiding van opmerkingen die zijn ingediend door balanceringsverantwoordelijken n en leveranciers bij de distributiesysteembeheerders. De distributiesysteembeheerders zenden op dezelfde dagen de genoemde gegevens tevens naar de desbetreffende balanceringsverantwoordelijken. Balanceringsverantwoordelijken zijn gehouden de conform dit artikel door de distributiesysteembeheerder in de eerste maand verstrekte gegevens bij ontvangst te controleren op plausibiliteit en eventuele vermeende fouten zo spoedig mogelijk, doch in elk geval vijf werkdagen vóór de verstrekking van nieuwe gegevens in de vierde maand conform dit artikel, te melden bij de distributiesysteembeheerder. De transmissiesysteembeheerder gebruikt de nogmaals verstrekte gegevens voor een herziening van de verdeling de standaardcapaciteit profielafnemers plus de plancapaciteit telemetrieverbruikers over de balanceringsverantwoordelijken. De distributiesysteembeheerder draagt er zorg voor dat informatie, die aan de transmissiesysteembeheerder, balanceringsverantwoordelijken en leveranciers wordt verschaft, consistent is. 2.1.2d De transmissiesysteembeheerder bepaalt de in een maand door elke balanceringsverantwoordelijken met erkenning LB gecontracteerde hoeveelheid exitcapaciteit ten behoeve van profielverbruikers en voor de systeemverliezen. Dit gebeurt op basis van de volgens artikel 2.1.2b en 2.1.2c vastgestelde respectievelijk verstrekte gegevens dan wel informatie uit de aansluitingenregisters van de distributiesysteembeheerder als volgt: Waarbij de maandelijkse fractie voor het profielverbruik wordt bepaald met: FG1A,maand = Max(UurfractiesG1A,maand) FG2A,maand = Max(UurfractiesG2A,maand) FG2C,maand = Max(UurfractiesG2C,maand) waarin: OVBV,systeemgebied,profiel De OV-exitcapaciteit voor profielverbruikers van een bepaalde balanceringsverantwoordelijke voor een bepaald systeemgebied SJVCat, BV, systeemgebied De som van de standaardjaarverbruiken voor alle profielverbruikers met een bepaalde afnamecategorie voor een bepaalde balanceringsverantwoordelijke voor een bepaald systeemgebied. Cat Aansluitcategorie JVGMN, BV, systeemgebied De som van de uurlijkse volumes systeemverliezen SCprofiel,land De standaardcapaciteit profielverbruikers PCprofiel,land De plancapaciteit profielverbruikers PCpiek De piekcapaciteit, zijnde dat deel van de plancapaciteit profielverbruikers dat is bedoeld voor de pieklevering aan eindafnemers van gas met een kleine aansluiting volgens artikel 3.30 van het Energiebesluit FGx,maand De maximale uurfractie voor de profielenmethodiek conform bijlage 3 van de Informatiecode elektriciteit en gas voor afnamecategorie x bij de referentietemperatuur behorend bij de onderhavige maand MCprofiel,land De modelcapaciteit voor alle profielverbruikers in Nederland, bepaald met de bovenstaande formule (d.w.z. door het product van het standaardjaarverbruik per categorie en maximale uurfractie te sommeren over alle balanceringsverantwoordelijken en alle systeemgebieden). FFprofiel De fitfactor profielverbruikers De berekening wordt uitgevoerd volgens het volgende stappenplan: Stap Door Frequentie Bepaling grootheid Actie 1a TSB jaar PC PCtelemetrie PCprofiel Bepaal de plancapaciteit, plancapaciteit profielverbruikers en de plancapaciteit telemetrieverbruikers. 1b TSB jaar SCprofiel Bepaal de standaardcapaciteit profielverbruikers door de piekcapaciteit voor kleinverbruikers af te trekken van de plancapaciteit profielverbruikers. 2a DSB maand Aantal profielverbruikerss, som SJV Bepaal het aantal profielverbruikers per profielcategorie en de som van de standaardjaarverbruiken per profielcategorie. 2b DSB maand Jaarverbruik GMN 2c DSB maand Stuur de resultaten van stappen 2a en 2b naar de TSB. 3a TSB maand MCprofiel, land Bepaal de modelcapaciteit 3b TSB maand FFprofiel Bepaal de fitfactor voor profielverbruikers (FFprofiel) door de standaardcapaciteit profielverbruikers (SCprofiel) te delen door de modelcapaciteit. 4 TSB maand OVBV,systeemgebid, profiel Bepaal per balanceringsverantwoordelijke per systeemgebied de gecontracteerde capaciteit voor profielverbruikers door per maand de maximale profielfractie (volgens bijlage 3 van de Informatiecode elektriciteit en gas) bij de voor die maand geldende referentietemperatuur te vermenigvuldigen met de som van het standaardjaarverbruik per balanceringsverantwoordelijke en met de fitfactor voor profielverbruikers. 2.1.2e De transmissiesysteembeheerder bepaalt de in een maand door elke balanceringsverantwoordelijke met erkenning LB ten behoeve van telemetrieverbruikers gecontracteerde hoeveelheid exitcapaciteit, op basis van de volgens artikel 2.1.2b en 2.1.2c vastgestelde respectievelijk verstrekte gegevens dan wel informatie uit de aansluitingenregisters van de distributiesysteembeheerders als volgt: OVBV,systeemgebied,telemetrie = FFtelemetrie · pftelemetrie · GCBV,systeemgebied Met: waarin: OVBV,systeemgebied,telemetrie De OV-exitcapaciteit voor telemetrieverbruikers van een bepaalde balanceringsverantwoordelijke voor een bepaald systeemgebied pftelemetrie De profielfactor telemetrieverbruik. GCBV,systeemgebied De som van de maxverbruiken van alle telemetrieverbruikers waarvoor een balanceringsverantwoordelijke in een bepaald systeemgebied de balanceringsverantwoordelijkheid uitoefent. GCx(BV, systeemgebied) Maxverbruik voor telemetrieverbruiker x waarvoor een balanceringsverantwoordelijke de balanceringverantwoordelijkheid uitoefent in een bepaald systeemgebied GCland De som van de maxverbruiken van alle telemetrieverbruikers in het land = som van GCPV, systeemgebied van alle balanceringsverantwoordelijken en voor alle systeemgebieden PCtelemetrie De plancapaciteit telemetrieverbruiker FFtelemetrie Fitfactor telemetrieverbruiker De berekening wordt uitgevoerd volgens het volgende stappenplan: Stap Door Frequentie Bepaling grootheid Actie 1 TSB jaar PC PCtelemetrie PCprofiel Bepaal de plancapaciteit, plancapaciteit profielverbruikers en de plancapaciteit telemetrieverbruikers (dit is dezelfde actie als stap 1a in artikel 2.1.2d) 2a DSB maand GCBV,systeemgebied Bepaal per systeemgebied de som van de maxverbruiken van alle telemetrieverbruikers per balanceringsverantwoordelijke 2b DSB maand Stuur de resultaten van stap 2a naar de TSB 3 TSB maand GCland Bepaal de som over alle DSB-exitpunten van GCBV,systeemgebied 4 TSB maand FFtelemetrie Bepaal de fitfactor telemetrieverbruikers door PCtelemetrie te delen door GCland 5 TSB maand Publiceer FFtelemetrie op de website 6 TSB maand Bepaal per balanceringsverantwoordelijke per systeemgebied de gecontracteerde capaciteit telemetrieverbruikers maand door de som van GCBV,systeemgebied en het FFtelemetrie te vermenigvuldigen met de profielfactor telemetrieverbruikers telemetrie pftelemetrie 2.1.2f De transmissiesysteembeheerder publiceert de te hanteren fitfactor profielverbruikers, de fitfactor telemetrieverbruikers, de referentietemperaturen, de profielfracties voor profielverbruikers en de profielfactoren telemetrieverbruik op zijn website. 2.1.2g Voor profielverbruikers achter een niet OV-exitpunt reserveert de transmissiesysteembeheerder voldoende exitcapaciteit. 2.1.2h Wheelingcapaciteit Omschrijving wheeling Op entry- en exitpunten die op dezelfde locatie liggen, biedt de transmissiesysteembeheerder, naast de entry- en exitcapaciteit beschreven in artikel 2.1.2, ook wheelingcapaciteit aan. Gecontracteerde wheelingcapaciteit geeft het recht om op een entrypunt een hoeveelheid gas per uur in het transmissiesysteem in te voeden en op een op dezelfde locatie gelegen exitpunt weer aan het transmissiesysteem te onttrekken tegen een gereduceerd entry- en exittarief. De hoeveelheid in een uur in te voeden gas dient gelijk te zijn aan de hoeveelheid te onttrekken gas in hetzelfde uur. De gecontracteerde wheelingcapaciteit wordt door de transmissiesysteembeheerder geregistreerd in een separaat portfolio. Contractering en toewijzing Wheelingcapaciteit wordt gecontracteerd en aan balanceringsverantwoordelijken toegewezen volgens het first come first served principe. Wheelingcapaciteit kan vanaf 1 januari 2014 niet worden gecontracteerd tussen een binnenlands entry- of exitpunt en een interconnectiepunt. Wheelingcapaciteit die is gecontracteerd voor 1 januari 2014 zal worden gerespecteerd. De transmissiesysteembeheerder biedt wheelingcapaciteit slechts aan indien de aangeboden wheelingcapaciteit niet van invloed is op de aangeboden entry- en exitcapaciteit als bedoeld in artikel 2.1.2. Wheelingcapaciteit wordt onderscheiden jaar-, kwartaal en maandcapaciteitsproducten. De combinatie van entry- en exitpunten waarvoor wheelingcapaciteit wordt aangeboden wordt door de transmissiesysteembeheerder op zijn website gepubliceerd. 2.1.7 Diversion 2.1.7.1 Diversion betreft het recht van een balanceringsverantwoordelijken om gecontracteerde entrycapaciteit of exitcapaciteit te verplaatsen naar een ander op dezelfde locatie gelegen entrypunt respectievelijk exitpunt onder de voorwaarde dat er geen extra beslag op transportcapaciteit wordt gelegd. In het geval van diversion tussen twee virtuele interconnectiepunten ligt minimaal een van de interconnectiepunten die geïntegreerd zijn tot een van beide virtuele interconnectiepunten op dezelfde locatie als een van de interconnectiepunten die geïntegreerd zijn tot het andere virtuele interconnectiepunt. In het geval van diversion tussen een virtueel interconnectiepunt en een binnenlands entry- of exitpunt ligt minimaal één van de interconnectiepunten die geïntegreerd zijn tot het virtuele interconnectiepunt op dezelfde locatie als het betreffende binnenlandse entry- of exitpunt. 2.1.7.2 Diversion wordt aangevraagd via een formulier dat de transmissiesysteembeheerder op zijn website publiceert. De transmissiesysteembeheerder weigert de aanvraag indien de aangevraagde diversion extra beslag op transportcapaciteit legt. De transmissiesysteembeheerder publiceert op zijn website voor welke combinatie van entry- en exitpunten diversion wordt aangeboden. 2.1.7.3 Alvorens een balanceringsverantwoordelijke diversion kan uitvoeren naar een interconnectiepunt moet de balanceringsverantwoordelijke de capaciteit op dat interconnectiepunt contracteren via het reguliere veilingproces beschreven in artikel 2.1.2. De betalingsverplichting op het entry- of exitpunt waar capaciteit naar toe wordt verplaatst, volgt rechtstreeks uit lid 1. Indien de betalingsverplichting op het entry- of exitpunt waar capaciteit naar toe wordt verplaatst, lager is dan de betalingsverplichting op het oorspronkelijke entry- of exitpunt, dan blijft de oorspronkelijke betalingsverplichting in stand. Diversion, bedoeld in het eerste lid, kan voor een jaar-, kwartaal- of maandcapaciteitsproduct worden gecontracteerd. 2.1.7.4 Diversion op de overige entry- of exitpunten wordt gecontracteerd en aan balanceringsverantwoordelijken toegewezen volgens het first come first served principe. De betalingsverplichting op het entry- of exitpunt waar capaciteit naar toe wordt verplaatst, wordt afgeleid van het oorspronkelijke capaciteitsproduct en het tarief van dat product op het entry- of exitpunt waar capaciteit naar toe wordt verplaatst en de periode waarover wordt verplaatst. Indien de betalingsverplichting op het entry- of exitpunt waar capaciteit naartoe verplaatst wordt lager is dan de betalingsverplichting op het oorspronkelijke entry- of exitpunt, dan blijft de oorspronkelijke betalingsverplichting in stand. Diversion, bedoeld in het eerste lid, kan voor een jaar-, kwartaal-, maand of dag capaciteitsproduct worden gecontracteerd. 2.1.7.5 De status van de door middel van diversion verplaatste entry- of exitcapaciteit zal niet worden aangetast tenzij deze verplaatsing de status van de entry- of exitcapaciteit van een andere balanceringsverantwoordelijken zou aantasten 2.1.8 Verlegging Omschrijving Verlegging geeft het recht om exitcapaciteit van een binnenlands exitpunt voor een bepaalde periode te verplaatsen naar een ander binnenlands exitpunt. Contractering en toewijzing Een balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit kan een verzoek voor verlegging indienen bij de transmissiesysteembeheerder. De transmissiesysteem beoordeelt het verzoek voor verlegging. De transmissiesysteembeheerder honoreert het verzoek voor verlegging indien het verzoek voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden: De verlegging is gerelateerd aan onderhoud of incidenten aan de zijde van de aangeslotene die leiden tot merkbare beperking van technisch operationele en tijdelijke aard in de mogelijkheid om gas te onttrekken op het exitpunt waar de balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit exitcapaciteit heeft gecontracteerd; De verlegging heeft betrekking op een aaneengesloten periode die niet langer is dan de vooraf bepaalde duur van de merkbare beperking bedoeld in onderdeel a; De balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit kan de gecontracteerde exitcapaciteit op het exitpunt waar de merkbare beperking, als bedoeld in onderdeel a, zich voordoet, geheel of gedeeltelijk benutten op een ander exitpunt binnen het portfolio van de balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit; De balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit heeft in het kalenderjaar waarop het verzoek tot verlegging betrekking heeft minder dan tweemaal gebruik gemaakt van verlegging op een specifiek exitpunt; De te verleggen gecontracteerde exitcapaciteit is beschikbaar op het exitpunt waar de gecontracteerde exitcapaciteit naar toe moet worden verlegd; en De balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit heeft het verzoek voor verlegging zo spoedig mogelijk nadat zij op de hoogte was van de (aanstaande) merkbare beperking ingediend. Overige voorwaarden De status van de door middel van verlegging verplaatste exitcapaciteit zal niet worden aangetast tenzij deze verplaatsing de status van de exitcapaciteit van een andere balanceringsverantwoordelijke zou aantasten. 2.1.9 Aanpassen gecontracteerde transportcapaciteit bij opstarten of uitbreiden gasinstallaties. 2.1.9.1 Bij het opstarten of het uitbreiden van met een aansluiting op het transmissiesysteem kan een balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met transportcapaciteit de transmissiesysteembeheerder verzoeken om initieel een geschatte hoeveelheid transportcapaciteit te contracteren voor een periode van ten hoogste vier opeenvolgende gasmaanden en de gecontracteerde transportcapaciteit na afloop van deze periode bij te stellen naar het maximum van de gebruikte capaciteit per maand. 2.1.9.2 De aanpassing of uitbreiding als bedoeld in artikel 2.1.9.1 wordt vastgelegd in een aparte overeenkomst tussen enerzijds de transmissiesysteembeheerder en anderzijds de balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met transportcapaciteit, met daarin opgenomen de geschatte transportcapaciteit. De geschatte transportcapaciteit dient een redelijke beoordeling te zijn van de benodigde transportcapaciteit en dient binnen een gasmaand constant te zijn. De geschatte transportcapaciteit vormt de basis voor de (voorlopige) berekening van het in rekening te brengen bedrag bij de balanceringsverantwoordelijke of de aangeslotene met transportcapaciteit. 2.1.9.3 De balanceringsverantwoordelijke of de aangeslotene met transportcapaciteit mag de geschatte transportcapaciteit overschrijden. Als hiervoor vooraf toestemming van de transmissiesysteembeheerder benodigd is, zal dit opgenomen worden in de overeenkomst. 2.1.9.4 Het overdragen van transportcapaciteit of het gebruik van transportcapaciteit conform 2.1.10 met betrekking tot de geschatte transportcapaciteit als bedoeld in artikel 2.1.9.2, is alleen mogelijk voor de gehele geschatte transportcapaciteit en voor de gehele periode waarvoor de transportcapaciteit wordt geschat. 2.1.9.5 Na afloop van de periode van ten hoogste vier maanden waarvoor de transportcapaciteit is geschat, bepaalt de transmissiesysteembeheerder voor elke gasmaand van de periode een waarde voor de transportcapaciteit in de betreffende gasmaand. Deze waarde is gelijk aan het maximum van de gebruikte transportcapaciteit in die maand, zoals gemeten op basis van de Meetcode gas LNB. De balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met transportcapaciteit sluit een herziene overeenkomst met de transmissiesysteembeheerder waarmee deze transportcapaciteit wordt gecontracteerd en afgerekend op grond van het bepaalde in artikel 3.6 tot en met 3.10 van de Tarievencode gas TSB en DSB. Indien geen toestemming vooraf is vereist voor het overschrijden van de geschatte transportcapaciteit is de waarde van de transportcapaciteit in de herziene overeenkomst gelijk aan de gebruikte transportcapaciteit. Indien wel vooraf toestemming is vereist voor het overschrijden van de geschatte transportcapaciteit is de waarde van de transportcapaciteit in de herziene overeenkomst gelijk aan de gebruikte transportcapaciteit voor zover de balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met transportcapaciteit vooraf toestemming heeft gevraagd en ontvangen van de transmissiesysteembeheerder om de geschatte transportcapaciteit te overschrijden. 2.1.9.6 Indien er sprake is van overschrijding van de geschatte transportcapaciteit waarvoor de balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met transportcapaciteit toestemming heeft gevraagd, maar niet heeft gekregen, of waarvoor voorafgaande toestemming vereist was maar welke niet is gevraagd, wordt deze overschrijding aangemerkt als een overschrijding bedoeld in artikel 3.10 van de Tarievencode gas TSB en DSB, en als zodanig afgerekend na afloop van de periode van ten hoogste vier maanden waarvoor de transportcapaciteit wordt geschat. Dit geldt eveneens indien toestemming is verleend voor overschrijding, maar de balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met transportcapaciteit meer transportcapaciteit gebruikt dan waarvoor toestemming was verkregen. 2.1.10 Overdracht van transportcapaciteit of het gebruiksrecht Algemeen 2.1.10.1 Een balanceringsverantwoordelijke of een aangeslotene met exitcapaciteit heeft het recht gecontracteerde transportcapaciteit of het gebruik van transportcapaciteit (verder: gebruiksrecht) over te dragen aan een andere balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit. Het overdragen van transportcapaciteit of het gebruiksrecht is mogelijk tussen een aangeslotene met exitcapaciteit en een balanceringsverantwoordelijke voor zover het de exitcapaciteit op het exitpunt van de aangeslotene met exitcapaciteit betreft of tussen balanceringsverantwoordelijken onderling. Het overdragen van transportcapaciteit of het gebruiksrecht heeft betrekking op gecontracteerde transportcapaciteit of het gebruiksrecht voor één of meer gasdagen of voor één of meer gasmaanden in de toekomst gelegen. 2.1.10.2 Beide partijen dienen gezamenlijk bij de transmissiesysteembeheerder een verzoek in tot het overdragen van transportcapaciteit of het gebruiksrecht. Met de overdracht wordt het portfolio van de partij die het gebruiksrecht krijgt overgedragen uitgebreid. In verband met artikel B1.10, lid 1, toetst de transmissiesysteembeheerder of de actuele kredietruimte van deze partij nog toereikend is alvorens medewerking te verlenen aan de overdracht. Wordt een verzoek ingediend door middel van het elektronisch boekingsplatform, dan zal de transmissiesysteembeheerder de bevestiging van de medewerking nog dezelfde dag verzenden; een verzoek ingediend door middel van het standaardformulier zal binnen 4 werkdagen worden bevestigd. De overgedragen transportcapaciteit of het overgedragen gebruiksrecht kunnen op zijn vroegst door de overnemende partij worden gebruikt op de gasdag nadat de transmissiesysteembeheerder de bevestiging heeft verzonden. De overnemende partij draagt op het betreffende entry- of exitpunt balanceringsverantwoordelijkheid. Transportcapaciteit 2.1.10.3 De overgedragen capaciteit wordt als een nieuw contract geregistreerd waarbij het type capaciteitproduct, zoals bedoeld in artikel 2.1.2, wordt overgenomen uit het oorspronkelijke contract. 2.1.10.4 De transmissiesysteembeheerder zal de balanceringsverantwoordelijke of de aangeslotene met exitcapaciteit ter bevestiging van de medewerking een e-mail sturen met een link naar de nieuwe overeenkomsten. Indien geen gebruik is gemaakt van het elektronisch boekingsplatform, wordt de overdracht bevestigd per brief of e-mail met daarbij de nieuwe overeenkomsten. Het gebruiksrecht 2.1.10.5 Door alleen het gebruiksrecht over te dragen verkrijgt de overnemende balanceringsverantwoordelijke het recht om de transportcapaciteit op het betreffende entry- of exitpunt te gebruiken. Het tarief voor het transport wordt ongewijzigd bij de partij die het gebruiksrecht heeft overgedragen in rekening gebracht. 2.1.10.6 Wordt de overeenkomst betreffende transport (tussentijds) beëindigd en is het gebruiksrecht geheel of gedeeltelijk overgedragen, dan eindigt tevens dit gebruiksrecht. De transmissiesysteembeheerder zal in dat geval de partij die het gebruiksrecht overgedragen heeft gekregen van de partij die de transportcapaciteit rechtstreeks bij de transmissiesysteembeheerder heeft gecontracteerd de mogelijkheid bieden de transportcapaciteit behorende bij het gebruiksrecht te contracteren. Na melding door de transmissiesysteembeheerder dient de betreffende partij binnen drie werkdagen te besluiten of hij van deze mogelijkheid gebruik wenst te maken. 2.1.10.7 Diversion zoals beschreven in 2.1.7 kan niet worden gecontracteerd met betrekking tot het gebruiksrecht dat een balanceringsverantwoordelijke overgedragen heeft gekregen. 2.1.10.8 De transmissiesysteembeheerder zal medewerking aan het overdragen van het gebruiksrecht bevestigen door middel van een e-mail. 2.1.10.9 Kosten verband houdende met het gebruiksrecht worden door de transmissiesysteembeheerder in rekening gebracht bij de balanceringsverantwoordelijke die het gebruiksrecht overgedragen heeft gekregen. Kosten die verband houden met het gebruiksrecht zijn kosten in verband met overschrijdingen van de gecontracteerde capaciteit, kosten voortkomend uit de balancering en kosten gerelateerd aan het verrekenen van correcties op allocaties. 2.1.11 [vervallen] 2.1.12 De transmissiesysteembeheerder waardeert gecontracteerde afschakelbare transportcapaciteit zoals beschreven in artikel 2.1.2 en 2.1.2h op naar vaste gecontracteerde transportcapaciteit tenzij de balanceringsverantwoordelijke binnen uiterlijk vijf werkdagen na het sluiten van de betreffende overeenkomst bij de transmissiesysteembeheerder aangeeft dat hij voor deze overeenkomst niet in aanmerking wenst te komen voor het opwaarderen van de gecontracteerde afschakelbare transportcapaciteit. 2.1.13 Voor exitpunten die gekoppeld zijn aan de aansluiting van een verbruiker op het transmissiesysteem zal de transmissiesysteembeheerder de verzoeken tot het contracteren van exitcapaciteit van twee of meer partijen, die samen de totaal beschikbare exitcapaciteit op het betreffende exitpunt overschrijden, onder de volgende voorwaarden accepteren: de verbruiker heeft schriftelijk verklaard dat de maximale afname op het betreffende exitpunt nimmer de totaal beschikbare exitcapaciteit zal overschrijden; en ieder van de verzoeken van een van de partijen is kleiner dan of gelijk aan de totaal beschikbare exitcapaciteit. 2.1.14 Teruggeven van gecontracteerde entry- en exitcapaciteit De transmissiesysteembeheerder zal in overeenstemming met artikel 2.2.4 van Bijlage 1 bij de Verordening (EU) 2024/1789 het teruggeven van gecontracteerde vaste entry- en exitcapaciteit op interconnectiepunten faciliteren. De entry- en exitcapaciteit kan worden teruggegeven voor een periode van een jaar (beginnende op 1 oktober), een kwartaal of een maand. De aangeboden entry- en exitcapaciteit dient gedurende de gehele teruggaveperiode constant te zijn. Gedurende de periode tussen het teruggeven van de entry- en exitcapaciteit en het sluiten van de bijbehorende veiling kan de balanceringsverantwoordelijke de betreffende entry- en exitcapaciteit niet op andere wijze verhandelen. Ingeval meerdere balanceringsverantwoordelijken entry- en exitcapaciteit teruggeven, maar niet alle teruggegeven entry- en exitcapaciteit volledig kan worden geheralloceerd, zal herallocatie over deze balanceringsverantwoordelijken plaatsvinden op volgorde van diens tijdstip van aanvraag voor teruggave van de entry- en exitcapaciteit. Indien en voorzover teruggegeven (backhaul) entry- en exitcapaciteit door de transmissiesysteembeheerder opnieuw wordt verkocht, wordt de teruggeven (backhaul) entry- en exitcapaciteit niet in rekening gebracht. 2.1.15 Terugkoop De transmissiesysteembeheerder zal in overeenstemming met artikel 2.2.2 van Bijlage 1 bij de Verordening (EU) 2024/1789 zo nodig het recht op het gebruik van entry- of exitcapaciteit terugkopen. 2.1.15.1 In Bijlage 2 wordt vastgelegd op welke wijze de transmissiesysteembeheerder de omvang van de technische vaste entry- en exitcapaciteit en de overboekcapaciteit bepaalt. 2.1.15.2 Wanneer, ten gevolge van nominaties boven de technische capaciteit, de systeemintegriteit van het transmissiesysteem gevaar loopt, zal de transmissiesysteembeheerder op interconnectiepunten een terugkoopveiling starten om het voorziene knelpunt te voorkomen. De terugkoopveiling houdt in dat balanceringsverantwoordelijken voor de betreffende uren het gebruik van hun transportrechten aanpassen. 2.1.15.3 Vanuit het boekingsplatform wordt 3 uur voor het uur (T) waarin het knelpunt optreedt een notificatie verzonden aan balanceringsverantwoordelijken. In deze notificatie wordt aangegeven: op welk(e) entry- en/of exitpunt(en) de terugkoopveiling betrekking heeft; voor welke uurhoeveelheid en flowrichting terugkoop plaatsvindt; de aaneengesloten uren waarvoor terugkoop plaatsvindt. 2.1.15.4 De balanceringsverantwoordelijke die wenst deel te nemen aan de terugkoopveiling dient zijn bieding(en) te plaatsen tussen T-2¾ en T-2¼. De balanceringsverantwoordelijke dient een bieding te doen zodanig dat: bij gecontracteerde entry- of exitcapaciteit in de flowrichting van de terugkoop de nominatie wordt verhoogd (tot maximaal de gecontracteerde entry- of exitcapaciteit); bij gecontracteerde entry- of exitcapaciteit tegen de flowrichting van de terugkoop in de nominatie wordt verlaagd. 2.1.15.5 De veiling start op T-2¼ uur en vindt plaats conform het veilingalgoritme ‘uniform price auction’ als gedefinieerd in NC-CAM, echter met de volgende afwijkingen: de terugkoopveiling kan op elk willekeurig uur van de gasdag starten; de periode waarvoor de veiling plaatsvindt, kent geen standaard duur; de terugkoopveiling kent geen gereguleerd tarief en heeft een bodemprijs van nul; de balanceringsverantwoordelijke geeft in de bieding(en) een minimumprijs aan die hij wenst te ontvangen. 2.1.15.6 Direct na de terugkoopveiling ontvangen balanceringsverantwoordelijken die een succesvolle bieding hebben geplaatst hiervan bericht en zijn deze balanceringsverantwoordelijken verplicht de in het bericht genoemde hoeveelheid voor de betreffende uren te hernomineren vóór uur T-2, oftewel de balanceringsverantwoordelijke dient de nominatie op T-2 ten opzichte van de nominatie geldend op T-3 aan te passen conform de hoeveelheid in het bericht met het veilingresultaat. 2.1.15.7 Alvorens de terugkoopveiling te starten zal de transmissiesysteembeheerder verifiëren of het voorziene knelpunt op andere wijze is op te lossen. Daartoe zal de transmissiesysteembeheerder onderzoeken of het voorziene knelpunt door het nemen van operationele maatregelen kan worden opgelost en zal de transmissiesysteembeheerder zo nodig met de aangrenzende transmissiesysteembeheerders overleggen of het voorziene knelpunt onderling is op te lossen. 2.1.15.8 De transmissiesysteembeheerder zal jaarlijks aan de Autoriteit Consument en Markt alle noodzakelijke informatie verstrekken om de werking van de overboekings- en terugkoopregeling te kunnen beoordelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel