Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10 › § 10.2

Artikel 10.8

Artikel 10.8

Onderdeel van Systeemcode elektriciteit 2026· Contracten, schade en aansprakelijkheid

Deze tekst geldt sinds 21 februari 2026

1. De financiële zekerheid, bedoeld in artikel 10.7, vierde lid, onderdeel b, wordt gesteld in de vorm van een bankgarantie overeenkomstig een door de transmissiesysteembeheerder uit te geven model, al dan niet, naar keuze van de balanceringsverantwoordelijke, aangevuld met een bij de transmissiesysteembeheerder aangehouden deposito. 2. De omvang van de door een balanceringsverantwoordelijke te stellen financiële zekerheid wordt afgeleid van: het hoogste netto-transactievolume in MWh van die balanceringsverantwoordelijke met enige andere balanceringsverantwoordelijke voor alle uren gedurende één kalenderdag, en; de totale transportcapaciteit van grote aansluitingen, waarvoor hij balanceringsverantwoordelijkheid draagt. 3. De eerste maal is de omvang van de te stellen financiële zekerheid gebaseerd op het door de balanceringsverantwoordelijke verwachte hoogste netto-transactievolume als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, met een ondergrens van 50 MW. 4. De in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde omvang wordt vermenigvuldigd met de gemiddelde marktprijs van energie over een periode van drie maanden voorafgaand aan de bepaling van de omvang van de te stellen financiële zekerheid, met een ondergrens van € 40 per MWh. Het resulterende bedrag wordt in het dertiende lid aangeduid met de letter 'A'. 5. Indien wordt vastgesteld dat het hoogste netto-transactievolume waarop de omvang van de zekerheidstelling is gebaseerd meer dan incidenteel wordt overschreden, verhoogt de balanceringsverantwoordelijke de zekerheidstelling op eerste schriftelijke verzoek van de transmissiesysteembeheerder, waarbij de nieuwe omvang zal worden gebaseerd op het hoogste netto-transactievolume dat in de zes voorafgaande weken gedurende één kalenderdag is vastgesteld. 6. Indien wordt vastgesteld dat het daadwerkelijk hoogste netto-transactievolume op kalenderdagbasis structureel lager is dan het hoogste netto-transactievolume waarop de omvang van de zekerstelling is gebaseerd, verleent de transmissiesysteembeheerder op schriftelijk verzoek van de balanceringsverantwoordelijke toestemming tot verlaging van de zekerheidstelling, waarbij de nieuwe omvang zal worden gebaseerd op het gemiddelde van de hoogste dagelijkse nettotransactievolumes in de zes voorafgaande weken, met een ondergrens van 50 MW. 7. Indien een balanceringsverantwoordelijke balanceringsverantwoordelijkheid voor grote aansluitingen draagt, heeft het in het vijfde en zesde lid bepaalde zowel betrekking op de transactievolumes van de balanceringsverantwoordelijke als op de transportcapaciteit van de aansluitingen waarvoor hij balanceringsverantwoordelijkheid draagt, terwijl bovendien geldt dat indien in enige maand de totale capaciteit van de aansluitingen waarvoor de balanceringsverantwoordelijkheid bestaat met meer dan 50 MW wordt uitgebreid, de balanceringsverantwoordelijke gehouden is daarvan onverwijld mededeling te doen aan de transmissiesysteembeheerder. 8. De transportcapaciteit, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt bepaald aan de hand van de opgave door de andere systeembeheerders aan de transmissiesysteembeheerder, waarbij de andere systeembeheerders per balanceringsverantwoordelijke eens per maand aangeven hoeveel aansluitingen vallen in de klasse: 2–10 MW; 11–25 MW; 26–50 MW; groter dan 50 MW, met vermelding van de capaciteit per aansluiting in deze klasse. 9. Per balanceringsverantwoordelijke wordt voor de in het achtste lid, onderdelen a tot en met c, genoemde klassen per klasse het aantal aansluitingen in die klasse vermenigvuldigd met de laagste capaciteit van die klasse. 10. Voor de in het achtste lid, onderdeel d, genoemde klasse wordt uitgegaan van het totaal van de feitelijke capaciteit van de aansluitingen in die klasse. 11. Het in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde element voor de bepaling van de omvang van de door een balanceringsverantwoordelijke te stellen financiële zekerheid is gebaseerd op de overeenkomstig het achtste tot en met tiende lid bepaalde capaciteit voor die balanceringsverantwoordelijke, vermenigvuldigd met 24, met een ondergrens van 50 MW. 12. Het in het elfde lid bedoelde product wordt vermenigvuldigd met de gemiddelde marktprijs van energie over een periode van drie maanden voorafgaand aan de bepaling van de omvang van de te stellen financiële zekerheid, met een ondergrens van € 40 per MWh. Het resulterende bedrag wordt in het dertiende lid aangeduid met de letter ‘B’. 13. Het bedrag waarvoor de balanceringsverantwoordelijke financiële zekerheid dient te stellen, bedraagt: twee maal A indien dat groter is dan of gelijk aan B; of A plus B indien twee maal A kleiner is dan B. 14. In afwijking van het dertiende lid bedraagt de zekerstelling € 100.000 indien de balanceringsverantwoordelijke een benoemde elektriciteitsmarktbeheerder is, blijkend uit vermelding op de in artikel 4, tiende lid, van Verordening (EU) 2015/1222 (GL CACM) bedoelde lijst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel