Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › § 2.5

Artikel 2.30

Artikel 2.30

Onderdeel van Systeemcode elektriciteit 2026· Contracten, schade en aansprakelijkheid

Deze tekst geldt sinds 21 februari 2026

1. Indien aansluitingswerkzaamheden ten behoeve van een met koppeling te realiseren aansluiting als bedoeld in artikel 3.39 van de Energiewet worden uitgevoerd door een ander dan de systeembeheerder, wordt voorafgaand aan de uitvoering van deze aansluitingswerkzaamheden een overeenkomst gesloten tussen de aangeslotene en de systeembeheerder, waarbij in ieder geval wordt vastgelegd: welke aansluitingswerkzaamheden worden uitgevoerd door een ander dan de systeembeheerder; datgene dat noodzakelijk is voor de waarborging van de veiligheid en betrouwbaarheid van het systeem. 2. Het bedrijf dat de in het eerste lid bedoelde aansluitingswerkzaamheden uitvoert: werkt overeenkomstig de artikelen 3.4 en 3.5 van het Arbeidsomstandighedenbesluit en de daarbij behorende beleidsregels en de daaraan gerelateerde normen: NEN-EN 50110-1:2023 en “Bedrijfsvoering van elektrische installaties – Algemene eisen”, en NEN 3140:2011+A3:2019 nl “Bedrijfsvoering van elektrische installaties – Laagspanning” of NEN 3840:2011+A3:2019 nl “Bedrijfsvoering van elektrische installaties – Hoogspanning”; zorgt er voor dat zijn personeel dat betrokken is bij de uitvoering van de desbetreffende aansluitingswerkzaamheden beschikt over de op grond van de in onderdeel a genoemde normen benodigde aanwijzingen, rekening houdend met het volgende: de in de artikelen 3.2.1 en 3.2.3 tot en met 3.2.5 van de NEN-EN 50110-1:2023 en “Bedrijfsvoering van elektrische installaties – Algemene eisen” genoemde personen worden door of namens de hoogst verantwoordelijke in de organisatie van de systeembeheerder voor de naleving van de Arbeidsomstandighedenwet schriftelijk aangewezen; het bedrijf dat de aansluitingswerkzaamheden uitvoert en de desbetreffende systeembeheerder maken schriftelijk vast te leggen sluitende afspraken over de aanwijzing van de genoemde personen en hun onderlinge gezagsrelatie; eerst na de schriftelijke aanwijzing, bedoeld in subonderdeel 1°, en de schriftelijk vastgelegde afspraak, bedoeld in subonderdeel 2°, worden de in het eerste lid bedoelde aansluitingswerkzaamheden uitgevoerd; toont aan dat het beschikt over aantoonbare ervaring met het uitvoeren van desbetreffende aansluitingswerkzaamheden aan de desbetreffende installaties en met de daarin toegepaste materialen en bedrijfsmiddelen en op het desbetreffende spanningsniveau. 3. Indien het bedrijf dat de in het eerste lid bedoelde aansluitingswerkzaamheden uitvoert niet over de bedoelde ervaring beschikt, maar wel aan de overige voorwaarden uit het tweede lid, onderdelen a en b, en eventueel artikel 2.16, tweede lid, wordt voldaan, vinden de werkzaamheden plaats onder toezicht van de systeembeheerder op kosten van het bedoelde bedrijf. 4. Het in bedrijf nemen van de (gewijzigde) aansluiting geschiedt pas na: een door de aannemer afgegeven schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat de acceptatietest succesvol is doorlopen, en afspraken omtrent het tijdstip van ingebruikname en omtrent de beveiligingsinstellingen zijn gemaakt en vastgelegd in de in het eerste lid bedoelde overeenkomst. 5. Indien dat voor de acceptatietest noodzakelijk is, wordt er een proefspanning aangelegd volgens specificatie van de systeembeheerder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel