**1.** De tijdsduur van de bedrijfsperiode voor spanningen tussen 1,10 pu en 1,118 pu in transmissiesystemen met nominale spanning groter dan of gelijk aan 110 kV en kleiner dan 300 kV, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), is onbeperkt.
**2.** De tijdsduur van de bedrijfsperiode voor spanningen tussen 1,118 pu en 1,15 pu in systemen met nominale spanning groter dan of gelijk aan 110 kV en kleiner dan 300 kV, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), is 30 minuten.
**3.** Voor DC-aangesloten power park modules op een systeem waarvan de 1 pu-referentie-AC-spanning kleiner is dan 110 kV geldt een tijdsduur van de bedrijfsperiode voor spanningen tussen 1,10 pu en 1,12 pu van 30 minuten.
**4.** De DC-aangesloten power park module, aangesloten op een wisselstroomsysteem met een spanningsniveau lager dan 300 kV, is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 40, tweede lid, van Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC):
gelijk aan 0,14 bij een spanning van 0,9 pu tot 1,05 pu;
gelijk aan 0,0 bij een spanning gelijk aan 1,1 pu;
dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,14 en 0,0 bij een spanning tussen 1,05 pu en 1,1 pu.
**5.** De DC-aangesloten power park module, aangesloten op een wisselstroomsysteem met een spanningsniveau lager dan 300 kV, is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen op te nemen dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 40, tweede lid, van Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC):
gelijk aan 0,14 bij een spanning van 0,95 pu tot 1,1 pu;
gelijk aan 0,0 bij een spanning gelijk aan 0,9 pu;
dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,0 en 0,14 bij een spanning tussen 0,9 pu en 0,95 pu.
**6.** De DC-aangesloten power park module, aangesloten op een transmissiesysteem met een spanningsniveau lager dan 300 kV, is op grond van het vierde en het vijfde lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde profiel in onderstaand U-Q/Pmax-diagram, als bedoeld in figuur 7 van bijlage VII bij artikel 40, tweede lid, van Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC).
**7.** Indien dat vereist is voor de spanningsstabiliteit komt de transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit op zee, in overleg met de transmissiesysteembeheerder met de aangeslotene die beschikt over een DC-aangesloten power park module een profiel overeen met een groter blindvermogensbereik dan het gespecificeerde profiel in het zesde lid en legt dit vast in de aansluit- en transportovereenkomst.
**8.** De bijdrage van blindvermogen krijgt prioriteit, overeenkomstig artikel 40, derde lid, van Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), boven de bijdrage van werkzaam vermogen tijdens bedrijfsvoering bij lage of hoge spanning en bij storingen waarvoor fault-ride-through capaciteit vereist is.
Wijziging is herplaatst.
Hoofdstuk 6 › § 6.2
Artikel 6.29
Artikel 6.29
Onderdeel van Systeemcode elektriciteit 2026· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 9 juli 2026