Op de aansluiting stelt de systeembeheerder transportcapaciteit ter beschikking in de vorm van:
éénfase-wisselstroom van lage spanning met een nominale frequentie van 50 Hertz en een nominale spanning van 230 volt tussen fase en nul of tussen twee fasen;
driefasen-wisselstroom van lage spanning met een nominale frequentie van 50 Hertz en een nominale spanning van 400 volt tussen de fasen en van 230 volt tussen fasen en nul;
driefasen-wisselstroom van lage spanning met een nominale frequentie van 50 Hertz en een nominale spanning van 230 volt tussen de fasen;
éénfase-wisselstroom van hoge spanning met een nominale frequentie van 50 Hertz, waarbij de nominale spanning is bepaald op basis van artikel 2.18 en wordt vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst;
driefasen-wisselstroom van hoge spanning met een nominale frequentie van 50 Hertz, waarbij de nominale spanning is bepaald op basis van artikel 2.18 en wordt vastgelegd in het de aansluit- en transportovereenkomst.
Hoofdstuk 7 › § 7.1
Artikel 7.1
Artikel 7.1
Onderdeel van Systeemcode elektriciteit 2026· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 21 februari 2026