**1.** Indien de systeembeheerder op grond van artikel 7.13, eerste lid, voorziet dat in een systeem de beschikbare transportcapaciteit, als bedoeld in artikel 7.14, vierde lid, ontoereikend is en er geen sprake is van een verzoek om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport maar van groei binnen de tussen de aangeslotenen en de systeembeheerder overeengekomen gecontracteerde transportvermogens voor afname en voor invoeding en de van toepassing zijnde doorlaatwaardes, of wanneer binnen een congestiegebied de marktomstandigheden veranderen, onderzoekt de systeembeheerder de mogelijkheden om op korte termijn de benodigde transportcapaciteit en de aanwezige transportcapaciteit met elkaar in overeenstemming te brengen. De systeembeheerder onderzoekt daartoe:
de mogelijkheid om door middel van technische maatregelen anders dan systeemverzwaring de beschikbare transportcapaciteit te vergroten;
de mogelijkheid overeenkomstig artikel 9.1, eerste lid, het optreden van fysieke congestie op te lossen;
volgens de procedure van de artikelen 7.18 tot en met 7.20, de mogelijkheid om congestiemanagement overeenkomstig de artikelen 9.13 tot en met 9.30 toe te passen;
in het geval van de transmissiesysteembeheerder de mogelijkheid overeenkomstig artikel 9.1, tweede en derde lid, het optreden van fysieke congestie op te lossen.
**2.** Indien uit het onderzoek als bedoeld in het eerste lid blijkt dat het met één of meer van de genoemde mogelijkheden lukt de benodigde transportcapaciteit in overeenstemming te brengen met de aanwezige transportcapaciteit, voert de systeembeheerder dit zo snel mogelijk uit.
**3.** Indien uit het in het eerste lid bedoelde onderzoek blijkt dat er op korte termijn geen of onvoldoende mogelijkheid blijkt om de benodigde transportcapaciteit in overeenstemming te brengen met de aanwezige transportcapaciteit, past de systeembeheerder de procedure overeenkomstig de artikelen 9.13 tot en met 9.19, en de artikelen 9.31 tot en met 9.34 toe om de benodigde transportcapaciteit te verlagen.
**4.** Wanneer binnen een congestiegebied de marktomstandigheden veranderen, als bedoeld in het eerste lid, door een wijziging in het beschikbare aanbod van flexibiliteitsdiensten als bedoeld in artikel 9.14, eerste lid, onderzoekt de systeembeheerder of in het congestiegebied aan artikel 13, derde lid, onder c of d, van Verordening (EU) 2019/943 wordt voldaan en gaat de systeembeheerder indien mogelijk over tot de toepassing van congestiemanagement overeenkomstig de artikelen 9.13 tot en met 9.30.
Hoofdstuk 7 › § 7.2
Artikel 7.16
Artikel 7.16
Onderdeel van Systeemcode elektriciteit 2026· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 21 februari 2026