**1.** Een groep van twee of meer aangeslotenen kan op grond van artikel 3.46, derde lid, van de Energiewet, en indien de systeembeheerder daartoe de mogelijkheid biedt, met de systeembeheerder een groepstransportovereenkomst af sluiten indien:
elke aangeslotene voor de afzonderlijke aansluiting(en) waarmee hij deelneemt aan de groep een aansluitovereenkomst met de systeembeheerder heeft afgesloten;
elke aangeslotene voor de aansluiting(en) waarmee hij deelneemt aan de groep geen andere transportovereenkomst heeft afgesloten;
alle aangeslotenen die deel uitmaken van de groep gezamenlijk een gemachtigde in de zin van artikel 3:60 van het Burgerlijk Wetboek hebben aangewezen om namens hen met de systeembeheerder te handelen en de groepstransportovereenkomst met de systeembeheerder af te sluiten;
elke aansluiting voorzien is van een meetinrichting met communicatiefunctionaliteit bij een grote aansluiting;
de dimensionering van elke meetinrichting en de meethulpmiddelen van de aansluitingen is afgestemd op de aansluitcapaciteit van de desbetreffende aansluiting;
in geval van aansluitingen op een systeem met een spanningsniveau lager dan 110 kV, alle aansluitingen waarmee wordt deelgenomen aan de groep:
grote aansluitingen zijn;
behoren tot de aansluitcapaciteitscategorieën als bedoeld in bijlage 1 van de Tarievencode elektriciteit 2026, onderdelen 1.3 tot en met 1.7, waarbij geldt dat;
aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorieën 1.3 tot en met 1.5 gezamenlijk één groep kunnen vormen;
indien de systeembeheerder daartoe de mogelijkheid biedt, aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorieën 1.3 tot en met 1.5 en 1.6, voor zover de 1.6 aansluitingen alleen gebruikt worden om elektriciteit in te voeden, gezamenlijk één groep kunnen vormen;
aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorie 1.6 gezamenlijk één groep kunnen vormen;
aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorie 1.7 gezamenlijk één groep kunnen vormen; en
indien de systeembeheerder daartoe de mogelijkheid biedt, aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorieën 1.6 en 1.7 gezamenlijk één groep kunnen vormen;
in de normale bedrijfsvoering zijn aangesloten op:
een middenspanningsrail of middenspanningsrails die galvanisch met elkaar verbonden zijn, of middenspanningsring(en), of MS/LS-transformatorstations, of een combinatie van deze aansluitwijzen voor aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorieën 1.3 tot en met 1.5 en aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorie 1.6 en die alleen gebruikt worden om elektriciteit in te voeden;
een middenspanningsrail of middenspanningsrails die galvanisch met elkaar verbonden zijn voor aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorieën 1.6 of 1.7; of
een hoogspanningsrail of hoogspanningsrails die galvanisch met elkaar verbonden zijn voor aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorieën 1.6 of 1.7;
de betrouwbaarheid en veiligheid van het systeem en het doelmatig systeembeheer geborgd blijven, waarbij de systeembeheerder voor de beoordeling hiervan de volgende criteria in acht neemt:
de mate waarin de spanningshuishouding door het benutten van het met de groepstransportovereenkomst gecontracteerde transportvermogen wordt beïnvloed;
de belastbaarheid van systeemelementen die benodigd zijn voor het benutten van het met de groepstransportovereenkomst gecontracteerde transportvermogen;
de mate waarin het benutten van het met de groepstransportovereenkomst gecontracteerde transportvermogen aanleiding geeft tot directe systeeminvesteringen; en
de mate waarin het benutten van het met de groepstransportovereenkomst gecontracteerde transportvermogen invloed heeft op de vermogensstromen in het betreffende systeemdeel;
in geval van aansluitingen op een systeem met een spanningsniveau van 110 kV of hoger:
aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorie 1.7 gezamenlijk één groep kunnen vormen;
alle afzonderlijke aansluitingen waarmee wordt deelgenomen aan de groep zijn aangesloten op hetzelfde station; en
de betrouwbaarheid en veiligheid van het systeem en het doelmatig systeembeheer geborgd blijven, waarbij de transmissiesysteembeheerder voor de beoordeling hiervan de criteria genoemd in onderdeel f, subonderdeel 4°, punt i tot en met iv, in acht neemt.
**2.** De systeembeheerder informeert de gemachtigde van een groep over het beoordelingsproces, bedoeld in het eerste lid en de uitkomst daarvan, waarbij tenminste geldt dat:
de systeembeheerder de gemachtigde van een groep van aangeslotenen binnen een redelijke termijn schriftelijk informeert of het mogelijk is om op grond van het eerste lid een groep te vormen; en
de systeembeheerder de gemachtigde van een groep van aangeslotenen binnen een redelijke termijn schriftelijk informeert indien de systeembeheerder het op grond van het eerste lid niet mogelijk acht dat een groep gevormd wordt, waarbij de weigering van de systeembeheerder is voorzien van een deugdelijke motivering en de relevante informatie op basis waarvan de systeembeheerder tot de weigering is gekomen.
**3.** De gemachtigde van een groep van aangeslotenen die gezamenlijk een groepstransportovereenkomst wil afsluiten of wijzigen, doet daartoe een verzoek bij de systeembeheerder.
**4.** De systeembeheerder zet bij het aangaan van een groepstransportovereenkomst of bij een wijziging van de groepssamenstelling de individuele aansluit- en transportovereenkomsten om in een gezamenlijke groepstransportovereenkomst voor de groep en een individuele aansluitovereenkomst voor elk van de afzonderlijke aangeslotenen.
**5.** In afstemming met de gemachtigde van een groep van aangeslotenen bepaalt de systeembeheerder bij het aangaan van de groepstransportovereenkomst, en bij een wijziging van de groepssamenstelling, behoudens de in het achtste lid omschreven situatie, binnen een redelijke termijn het gecontracteerd transportvermogen voor invoeding en voor afname dat aan de groep aangeboden wordt, waarbij door de systeembeheerder ten minste de volgende gegevens worden betrokken:
het gewenste systeemgebruik van de groep;
indien aanwezig, de historische jaarprofielen van de afgelopen 24 maanden van aangeslotenen die individueel gecontracteerd transportvermogen hebben;
de geprognosticeerde gebruiksprofielen van aangeslotenen die individueel gecontracteerd transportvermogen hebben, maar waarvan geen historisch jaarprofiel beschikbaar is;
de gelijktijdigheid van het systeemgebruik van de aangeslotenen die deelnemen aan de groep, waaronder de gelijktijdigheid van invoeding en afname van elektriciteit; en
de verwachte toekomstige transportbehoefte van de aangeslotenen die deelnemen aan de groep en de concrete toekomstplannen waaruit blijkt dat zij dit vermogen binnen een redelijke termijn nodig hebben.
**6.** Indien de systeembeheerder een aangeslotene die voor een aansluiting waarmee hij deelneemt aaneen groepstransportovereenkomst overeenkomstig artikel 3.46, eerste lid, van de Energiewet, een aanbod voor het uitvoeren van transport doet, dan deelt de aangeslotene de systeembeheerder mee of hij het aangeboden transportvermogen op grond van het vijfde lid inbrengt in de groep of dat hij een individuele aansluit- en transportovereenkomst aangaat voor de desbetreffende aansluiting en met de desbetreffende aansluiting uittreedt uit de groep.
**7.** Een groep kan eenmalig bij het aangaan van een groepstransportovereenkomst bepalen of de individuele leden van de groep gedurende een transitieperiode van maximaal drie jaar vanaf het aangaan van de groepstransportovereenkomst bij het verlaten van de groep kunnen terugvallen op het gecontracteerde transportvermogen waar de desbetreffende aangeslotene voorafgaand aan deelname aan de groepstransportovereenkomst over beschikte, eventueel vermeerderd met aanvullend vermogen als bedoeld in het zesde lid, waarover de gemachtigde de systeembeheerder informeert.
**8.** Indien de groep gedurende de transitieperiode de duur hiervan wenst in te korten ten opzichte van de duur die de groep bij het aangaan van de groepstransportovereenkomst in overeenstemming met het zevende lid heeft bepaald, informeert de gemachtigde de systeembeheerder hierover.
**9.** Bij uittreden uit een groepstransportovereenkomst na afloop van de transitieperiode kan een aangeslotene die de groep verlaat een deel van het groepstransportvermogen meenemen indien:
de groep onderling afspraken heeft gemaakt en deze heeft vastgelegd over een verdeling tussen de aangeslotene die de groep verlaat en de groep; en
de systeembeheerder getoetst heeft of bij toepassing van de verdeling als bedoeld in onderdeel a de betrouwbaarheid en veiligheid van het systeem en het doelmatig systeembeheer geborgd blijven, waarbij de systeembeheerder voor de beoordeling hiervan de criteria genoemd in het eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 4°, punt i tot en met iv, in acht neemt.
**10.** Bij uittreding uit de groep past de systeembeheerder de groepstransportovereenkomst aan en zet de systeembeheerder de groepstransportovereenkomst voor de uittredende aangeslotene binnen een redelijke termijn om in een individuele aansluit- en transportovereenkomst.
Hoofdstuk 7 › § 7.1
Artikel 7.8
Artikel 7.8
Onderdeel van Systeemcode elektriciteit 2026· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 21 februari 2026