Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8 › § 8.2

Artikel 8.3

Artikel 8.3

Onderdeel van Systeemcode elektriciteit 2026· Contracten, schade en aansprakelijkheid

Deze tekst geldt sinds 21 februari 2026

1. De voorwaarden ten aanzien van spanningskwaliteit voor aansluitingen op distributiesystemen met een spanningsniveau Un kleiner dan of gelijk aan 1 kV zijn als volgt gedefinieerd: de langzame spanningsvariatie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd: Un plus of min 10% voor 95% van de over tien minuten gemiddelde waarden gedurende 1 week; Un plus 10% of min 15% voor alle over tien minuten gemiddelde waarden; de snelle spanningsvariatie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd: kleiner dan of gelijk aan 10% Un; kleiner dan of gelijk aan 3% Un in de situatie zonder grote uitval van invoeding, afname of transport; Plt is kleiner dan of gelijk 1 gedurende 95% van de over tien minuten voortschrijdende gemiddelde waarden gedurende een week; Plt is kleiner dan of gelijk 5 voor alle over tien minuten voortschrijdende gemiddelde waarden gedurende een week; de asymmetrie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd: de inverse component van de spanning ligt tussen 0 en 2% van de normale component gedurende 95% van de tien minuten meetperioden per week; de inverse component van de spanning ligt tussen 0 en 3% van de normale component voor alle meetperioden; de harmonische vervorming is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd: de relatieve spanning per harmonische is kleiner dan het in de norm NEN-EN 50160: 2022 ‘Spanningskarakteristieken in openbare elektriciteitsnetten’ genoemde percentage voor 95% van de over tien minuten gemiddelde waarden. Voor harmonischen die niet vermeld zijn, geldt de kleinst vermelde waarde uit de norm; THD is kleiner dan of gelijk aan 8% voor alle harmonischen tot en met de 40e, gedurende 95% van de tijd; de relatieve spanning per harmonische is kleiner dan 1,5 vermenigvuldigd met het in de norm genoemde percentage voor 99,9% van de over tien minuten gemiddelde waarden; THD is kleiner dan of gelijk aan 12% voor alle harmonischen tot en met de 40e, gedurende 99,9% van de tijd. 2. De voorwaarden ten aanzien van spanningskwaliteit voor aansluitingen op distributiesystemen met een spanningsniveau Uc groter dan 1 kV en kleiner dan 35 kV zijn als volgt gedefinieerd: de langzame spanningsvariatie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd: Uc plus of min 10% voor 95% van de over tien minuten gemiddelde waarden gedurende 1 week; Uc plus 10% of min 15% voor alle over tien minuten gemiddelde waarden; de snelle spanningsvariatie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd: ΔUss is kleiner dan of gelijk aan 10% Un; ΔUss is kleiner dan of gelijk aan 3% Un in situatie zonder substantiële uitval van invoeding, afname of transport; ΔUmax is kleiner dan of gelijk aan 5% Un in situatie zonder substantiële uitval van invoeding, afname of transport; Plt is kleiner dan of gelijk 1 gedurende 95% van de over tien minuten voortschrijdende gemiddelde waarden gedurende een week; Plt is kleiner dan of gelijk 5 voor alle over tien minuten voortschrijdende gemiddelde waarden gedurende een beschouwingsperiode van een week; de asymmetrie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd: de inverse component van de spanning ligt tussen 0 en 2% van de normale component gedurende 95% van de 10 minuten meetperioden per week; de inverse component van de spanning ligt tussen 0 en 3% van de normale component voor alle meetperioden; de harmonische vervorming is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd: de relatieve spanning per harmonische is kleiner dan het in de norm NEN-EN 50160: 2022 ‘Spanningskarakteristieken in openbare elektriciteitsnetten’ genoemde percentage voor 95% van de over tien minuten gemiddelde waarden. Voor harmonischen die niet vermeld zijn, geldt de kleinst vermelde waarde uit de norm; THD is kleiner dan of gelijk aan 8% voor alle harmonischen tot en met de 40e, gedurende 95% van de tijd; de relatieve spanning per harmonische is kleiner dan 1,5 vermenigvuldigd met het in de norm genoemde percentage voor 99,9% van de over tien minuten gemiddelde waarden; THD is kleiner dan of gelijk aan 12% voor alle harmonischen tot en met de 40e, gedurende 99,9% van de tijd; voor spanningsdips geldt dat het gemiddelde van het aantal opgetreden spanningsdips per aansluiting over de voorgaande vijf aaneengesloten kalenderjaren kleiner is dan of gelijk is aan: 3 voor spanningsdips met een duur groter dan of gelijk aan 10 milliseconden en kleiner dan of gelijk aan 200 milliseconden en een restspanning kleiner dan 40% (klasse B1); 4 voor spanningsdips met een duur groter dan 200 milliseconden en kleiner dan of gelijk aan 500 milliseconden en een restspanning kleiner dan 70% (klasse B2); 4 voor spanningsdips met een duur groter dan 500 milliseconden en kleiner dan of gelijk aan 5.000 milliseconden en een restspanning kleiner dan 80% (klasse C). 3. De voorwaarden ten aanzien van spanningskwaliteit voor aansluitingen op systemen met een spanningsniveau Uc groter dan of gelijk aan 35 kV zijn als volgt gedefinieerd: de langzame spanningsvariatie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd: Uc plus of min 10% voor 99,9% van de over 10 minuten gemiddelde waarden gedurende een week; de snelle spanningsvariatie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd: ΔUss is kleiner dan of gelijk aan 10% Un; ΔUss is kleiner dan of gelijk aan 3% Un in situatie zonder substantiële uitval van invoeding, afname of transport; ΔUmax is kleiner dan of gelijk aan 5% Un in situatie zonder substantiële uitval van invoeding, afname of transport; Plt is kleiner dan of gelijk 1 gedurende 95% van de over 10 minuten voortschrijdende gemiddelde waarden gedurende een week; Plt is kleiner dan of gelijk 5 voor alle over 10 minuten voortschrijdende gemiddelde waarden gedurende een beschouwingsperiode van een week; de asymmetrie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd: de inverse component is kleiner dan of gelijk aan 1% van de normale component gedurende 99,9% van de over 10 minuten gemiddelde waarden gedurende een week; de harmonische vervorming is op het overdrachtspunt van de aansluiting op een systeem met spanningsniveau Uc is groter dan 35 kV en kleiner dan 220 kV als volgt begrensd: THD is kleiner dan of gelijk aan 6% voor alle harmonische tot en met de 40e, gedurende 95% van de over 10 minuten gemiddelde waarden gedurende een week.; THD is kleiner dan of gelijk aan 7% voor alle harmonische tot en met de 40e, gedurende 99,9% van de over 10 minuten gemiddelde waarden gedurende een week; de harmonische vervorming is op het overdrachtspunt van de aansluiting op een systeem met spanningsniveau Uc is groter dan of gelijk aan 220 kV als volgt begrensd: THD is kleiner dan of gelijk aan 5% voor alle harmonische tot en met de 40e, gedurende 95% van de over 10 minuten gemiddelde waarden gedurende een week; THD is kleiner dan of gelijk aan 6% voor alle harmonische tot en met de 40e, gedurende 99,9% van de over 10 minuten gemiddelde waarden gedurende een week; voor spanningsdips geldt dat het gemiddelde van het aantal opgetreden spanningsdips per aansluiting over de voorgaande vijf aaneengesloten kalenderjaren kleiner is dan of gelijk is aan: 1,2 voor spanningsdips met een duur groter dan of gelijk aan 10 milliseconden en kleiner dan of gelijk aan 200 milliseconden en een restspanning kleiner dan 40% (klasse B1); 1,2 voor spanningsdips met een duur groter dan 200 milliseconden en kleiner dan of gelijk aan 500 milliseconden en een restspanning kleiner dan 70% (klasse B2); 0,4 voor spanningsdips met een duur groter dan 500 milliseconden en kleiner dan of gelijk aan 5.000 milliseconden en een restspanning kleiner dan 80% (klasse C). 4. Voor de overige voorwaarden ten aanzien van spanningskwaliteit geldt de norm NEN-EN 50160: 2022 'Spanningskarakteristieken in openbare elektriciteitsnetten'. 5. De voorwaarden ten aanzien van spanningskwaliteit van de transportdienst zoals genoemd in het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing op systeemkoppelingen. 6. De voorwaarden ten aanzien van spanningskwaliteit als bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing onder abnormale omstandigheden, te weten lijndansen, natuurrampen en overmacht. 7. Bij de registratie van en de rapportage over de spanningsdips als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, en het derde lid, onderdeel f, maakt de systeembeheerder bij de hinderlijke spanningsdip onderscheid naar de volgende oorzaken: handeling van een systeembeheerder; handeling van een aangeslotene; kortsluiting in het systeem; kortsluiting in de installatie van een aangeslotene; abnormale omstandigheden genoemd in het zesde lid; overige en onbekende oorzaken. 8. Indien bij de registratie van en de rapportage over de spanningsdips als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, en het derde lid, onderdeel f, geen meetgegevens over tenminste vijf volledige kalenderjaren beschikbaar zijn, wordt het gemiddelde genomen over een zo groot mogelijk aantal wel beschikbare volledige jaren. 9. In geval van een aansluiting op het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee kan in overleg met alle aangeslotenen op het desbetreffende platform worden afgeweken van de eisen in het derde en vierde lid mits op de aansluiting van het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee op het transmissiesysteem wel aan de eisen in het derde en vierde lid wordt voldaan.

Rechtspraak bij dit artikel