**1.** De systeembeheerder past de vrijstellingen voor productie uit artikel 3.5 , onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.6, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.7, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.7, onderdeel b, subonderdeel 2°, artikel 3.7, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, en artikel 3.8, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van het Energiebesluit toe indien de op grond van deze vrijstellingen aan te sluiten of aangesloten productie afkomstig is van elektriciteitsproductie-eenheden die, overeenkomstig artikel 3.13, dertiende lid, automatisch, voldoende snel en selectief kunnen worden afgeschakeld of afgeregeld zonder dat ook verbruik mee wordt afgeschakeld, behoudens verbruik dat gerelateerd is aan die elektriciteitsproductie-eenheid.
**2.** In aanvulling op het eerste lid geldt dat de systeembeheerder de vrijstellingen voor productie uit artikel 3.5, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.6, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.7, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.7, onderdeel b, subonderdeel 2°, artikel 3.8, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, en artikel 3.8, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van het Energiebesluit toepast indien de op grond van deze vrijstellingen aan te sluiten of aangesloten elektriciteitsproductie-eenheid tevens voldoet aan de eisen van artikel 13.22, onafhankelijk van de grootte van de maximumcapaciteit van de aan te sluiten elektriciteitsproductie-eenheid.
**3.** De systeembeheerder kan bij het toepassen van de vrijstellingen voor productie uit artikel 3.5, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.6, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.7, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.7, onderdeel b, subonderdeel 2°, artikel 3.8 , eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, en artikel 3.8, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van het Energiebesluit gebruik maken van de in artikel 13, zesde lid, en artikel 14, tweede lid, onderdeel a, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) bedoelde interface of de in artikel 15, tweede lid, onderdeel a, van Verordening (EU) 2016/631 bedoelde regelbaarheid.
**4.** Het systeemontwerp wordt ten minste getoetst aan:
de actuele en de te verwachten transporten van elektriciteit, bedoeld in paragraaf 3.2.2 van het Energiebesluit;
de criteria met betrekking tot kortsluitvastheid, bedoeld in hoofdstuk 3 van Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO) en toegepast in hoofdstuk 2 en artikel 8.9, vierde lid;
de criteria met betrekking tot de spannings- en blindvermogenshuishouding als bedoeld in paragraaf 9.4;
de isolatiecoördinatie van systemen met spanningsniveau hoger dan 1 kV als bedoeld in NEN-EN-IEC 60071;
de criteria met betrekking tot de aanraakveiligheid, bedoeld in de artikelen 8.7 tot en met 8.11;
de criteria met betrekking tot de kwaliteit van de systeemspanning, bedoeld in de artikelen 8.3 tot en met 8.6; en
de criteria met betrekking tot dynamische stabiliteit van de hoogspanningssystemen, bedoeld in hoofdstuk 6 van Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO).
**5.** De systeembeheerder en de aangeslotene kunnen gezamenlijk overeenkomen dat de systeembeheerder de aansluiting afschakelt of afregelt, in plaats van alleen de elektriciteitsproductie-eenheid, indien de aangeslotene er mee instemt dat in dat geval ook eventueel verbruik maximaal tien minuten wordt afgeschakeld of afgeregeld.
**6.** Indien na het optreden van een uitvalsituatie als bedoeld in artikel 3.5, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.6, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.7, onderdeel a, subonderdeel 2°, artikel 3.7, onderdeel b, subonderdeel 2°, artikel 3.8 eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, en artikel 3.8, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van het Energiebesluit aangeslotenen gezamenlijk overeenkomen de afschakeling of afregeling uit te ruilen, dienen zij hiertoe een verzoek in bij de systeembeheerder. De systeembeheerder zal een verzoek hiertoe niet op onredelijke gronden weigeren.
Wijziging is herplaatst.
Hoofdstuk 9 › § 9.3
Artikel 9.35
Artikel 9.35
Onderdeel van Systeemcode elektriciteit 2026· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 9 juli 2026