De transmissiesysteembeheerder verzamelt elk uur, kort na het volle uur, voor alle entry- en exitpunten op het transmissiesysteem met een jaarlijkse hoeveelheid gemeten gas ≥ 170.000 m3 de meetwaarden per uur.
De transmissiesysteembeheerder verstrekt uiterlijk 5 minuten na afloop van het uur waarop de gegevens betrekking hebben, aan balanceringsverantwoordelijke(n) de near-real-time allocatiegegevens, samengesteld op grond van de overeenkomstig 2.1.1 verzamelde meetwaarden.
In afwijking van 2.1.2 verstrekt de transmissiesysteembeheerder aan balanceringsverantwoordelijke(n) de near-real-time allocatiegegevens, samengesteld op grond van de conform 2.1.1 verzamelde meetwaarden voor de exitpunten waar het transmissiesysteem is verbonden met een distributiesysteem uiterlijk 15 minuten na afloop van het uur waarop de gegevens betrekking hebben.
Voor informatieve doeleinden verzamelt de transmissiesysteembeheerder de in 2.1.1 genoemde meetwaarden ook voor alle intervallen van 5 minuten binnen een uur. Indien de transmissiesysteembeheerder niet tijdig een in 2.1.1 genoemde meetwaarde voor een uur beschikbaar heeft, gebruikt de transmissiesysteembeheerder in plaats van de uurwaarde een lineaire extrapolatie van de laatst ontvangen 5 minuten waarde.
Indien de in 2.1.4 genoemde 5 minuten waarde niet beschikbaar is gebruikt de transmissiesysteembeheerder de laatst beschikbare uurwaarde.
Met behulp van het Centraal Systeem Stuursignaal wordt, uitgaande van de meetwaarden afkomstig van meetinrichtingen op de exitpunten waar het transmissiesysteem is verbonden met een distributiesysteem elk uur, kort na het volle uur, de allocatie van de meetwaarde per balanceringsverantwoordelijke(n) per systeemgebied per aansluitingcategorie uitgevoerd.
Bij het bepalen van de allocaties conform 2.1.6 wordt gebruik gemaakt van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen op aansluitingen met de aansluitingcategorie GGV of GIS en die zijn aangesloten op een distributiesysteem en van het aansluitingenregister van de distributiesysteembeheerder.
Bij het bepalen van de allocaties conform 2.1.6 wordt voor aansluitingen op gesloten systemen aangesloten op een distributiesysteem, waarvan de beheerder heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten, gebruik gemaakt van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen bij de aansluitingen op dat gesloten systeem met de aansluitingcategorie GGV of GIS en van het aansluitingenregister van de beheerder van het gesloten systeem. Deze gegevens treden in de plaats van de gegevens van de aansluiting van het gesloten systeem op het distributiesysteem. Indien de gegevens van de beheerder van het gesloten systeem ontbreken worden de gegevens van de aansluiting van het gesloten systeem op het distributiesysteem gebruikt.
Bij het samenstellen conform 2.1.6 van de allocatiegegevens van aangeslotenen op distributiesystemen niet behorende tot de aansluitingcategorie GGV of GIS of met de aansluitingcategorie GGV of GIS, maar waarvoor geen meetwaarden zijn aangeleverd, worden de rekenregels toegepast van de bijlage 1a van deze code en bijlage 3 van de Informatiecode elektriciteit en gas.
Bij het samenstellen conform 2.1.6 van de allocatiegegevens van aangeslotenen op gesloten systemen aangesloten op een distributiesysteem waarvan de beheerder van het gesloten systeem heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten, niet behorende tot de aansluitingcategorie GGV of GIS of met de aansluitingcategorie GGV of GIS, maar waarvoor geen meetwaarden zijn aangeleverd, worden de rekenregels toegepast van bijlage 3 van de Informatiecode Elektriciteit en Gas.
Nadere regels voor het uit te voeren allocatieproces zijn opgenomen in de hoofdstukken 4 en 4a en in bijlage 2a.
De transmissiesysteembeheerder, de distributiesysteembeheerders en de beheerders van gesloten systemen die hebben aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten, verzamelen maandelijks de meetwaarden per uur afkomstig van meetinrichtingen bij de telemetrieaansluitingen.
De transmissiesysteembeheerder verzamelt maandelijks de meetwaarden per uur afkomstig van meetinrichtingen op de entrypunten met uurmeting en op de exitpunten met uurmeting.
De distributiesysteembeheerder maakt bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen bij aansluitingen en systeemkoppelingen en van het aansluitingenregister van het distributiesysteem.
De beheerder van een gesloten systeem die heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten, maakt bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens geregistreerd door meetinrichtingen bij aansluitingen en van het aansluitingenregister van het gesloten systeem.
Voor systeemkoppelingen die de verbinding vormen tussen het transmissiesysteem en een distributiesysteem maakt de transmissiesysteembeheerder bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen op de systeemkoppelingen en van de door de distributiesysteembeheerder aangeleverde allocatiegegevens en van de allocatiegegevens die zijn aangeleverd door de beheerder van een gesloten systeem.
Voor exitpunten van verbruikers op het transmissiesysteem maakt de transmissiesysteembeheerder bij het samenstellen van de allocatiegegevens gebruik van
gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen van de transmissiesysteembeheerder;
confirmaties; en
zijn aansluitingenregister.
Voor overige entry- en exitpunten op het transmissiesysteem maakt de transmissiesysteembeheerder bij het samenstellen van de allocaties gebruik van gegevens, geregistreerd door meetinrichtingen op deze entry- en exitpunten en van confirmaties.
De distributiesysteembeheerder past bij het samenstellen van de allocatiegegevens voor profielverbruikers de rekenregels toe van bijlage 3 van de Informatiecode Elektriciteit en Gas.
Nadere regels voor het maandelijks uit te voeren allocatieproces zijn opgenomen in de hoofdstukken 4 en 4a.
–
De distributiesysteembeheerder verstrekt uiterlijk op de zesde werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de transmissiesysteembeheerder, balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s).
De beheerder van een gesloten systeem die heeft aangegeven gebruik te willen maken van in deze code genoemde berichten, verstrekt uiterlijk op de zevende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s).
De transmissiesysteembeheerder verstrekt uiterlijk de zesde werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s), samengesteld op grond van de op het transmissiesysteem aangesloten verbruikers.
De allocatiegegevens die verstrekt zijn volgens het bepaalde in 2.4.1 worden beschouwd als de voorlopige allocatie.
Indien de distributiesysteembeheerder of de beheerder van een gesloten systeem die heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten met betrekking tot een aansluiting niet tijdig of niet volledig meetgegevens heeft ontvangen van de meetverantwoordelijke zal hij ten behoeve van de maandelijkse allocatie een schatting maken van het verbruik van de betreffende aansluiting voor de betreffende periode en dit verbruik vlak verdelen over de uren.
De distributiesysteembeheerder en de beheerder van een gesloten systeem die heeft aangegeven gebruik te willen maken van de in deze code genoemde berichten verstrekken uiterlijk op de zestiende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de transmissiesysteembeheerder, balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s).
De transmissiesysteembeheerder verstrekt uiterlijk op de zestiende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s), samengesteld op grond van de op het transmissiesysteem aangesloten verbruikers.
De transmissiesysteembeheerder verstrekt voor de overige entry- en exitpunten uiterlijk de zestiende werkdag na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben de allocatiegegevens aan balanceringsverantwoordelijke(n).
De transmissiesysteembeheerder verstrekt voor een balansrelatie op het virtuele handelspunt twee werkdagen na de ontvangst van de door alle distributiesysteembeheerders aan de transmissiesysteembeheerder verstrekte allocatiegegevens de allocatiegegevens aan balanceringsverantwoordelijke(n).
Indien een distributiesysteembeheerder niet in staat blijkt om allocatiegegevens aan te leveren binnen de in 2.5.1 gestelde termijn, kan de transmissiesysteembeheerder na overleg met betrokkenen – waaronder in elk geval worden begrepen de desbetreffende distributiesysteembeheerder en de betrokken balanceringsverantwoordelijke(n) – de allocatie vaststellen met behulp van door de transmissiesysteembeheerder geschatte waardes.
Indien een beheerder van een gesloten systeem die gebruik wil maken van de in deze code genoemde berichten niet in staat blijkt om allocatiegegevens aan te leveren binnen de in 2.5.1 gestelde termijn, zal de transmissiesysteembeheerder de allocatie vaststellen met behulp van door de distributiesysteembeheerder aangeleverde gegevens over de aansluiting van het gesloten systeem op het distributiesysteem.
De allocatiegegevens die verstrekt zijn overeenkomstig 2.5.1, 2.5.2 of 2.5.2a zijn de definitieve allocatiegegevens die de basis vormen voor de financiële verrekening beschreven in 6.1.
De distributiesysteembeheerder en de beheerder van een gesloten systeem die gebruik wil maken van de in deze code genoemde berichten verstrekken uiterlijk op de tiende werkdag van de vierde maand na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan de transmissiesysteembeheerder, balanceringsverantwoordelijke(n), en leverancier(s).
De transmissiesysteembeheerder verstrekt uiterlijk op de tiende werkdag van de vierde maand na afloop van de maand waarop de gegevens betrekking hebben, de allocatiegegevens door middel van berichten aan balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s), samengesteld op grond van de op het transmissiesysteem aangesloten verbruikers.
De transmissiesysteembeheerder verstrekt voor een balansrelatie op het virtuele handelspunt twee werkdagen na de ontvangst van de door alle distributiesysteembeheerders aan de transmissiesysteembeheerder verstrekte allocatiegegevens de allocatiegegevens aan balanceringsverantwoordelijke(n).
Indien een distributiesysteembeheerder niet in staat blijkt om allocatiegegevens aan te leveren binnen de in 2.6.1 gestelde termijn, kan de transmissiesysteembeheerder na overleg met betrokkenen – waaronder in elk geval worden begrepen de desbetreffende distributiesysteembeheerder en de betrokken erkende balanceerverantwoordelijke(n) – de allocatie vaststellen met behulp van door de transmissiesysteembeheerder geschatte waardes.
Indien een beheerder van een gesloten systeem die gebruik wil maken van de in deze code genoemde berichten niet in staat blijkt om allocatiegegevens aan te leveren binnen de in 2.6.1 gestelde termijn, zal de transmissiesysteembeheerder de allocatie vaststellen met behulp van door de distributiesysteembeheerder aangeleverde gegevens.
De allocatiegegevens die verstrekt zijn overeenkomstig 2.6.1, 2.6.2, of 2.6.2a zijn correcties op de definitieve gegevens bedoeld in 2.5.3 en vormen de basis voor correcties op de in 2.5.3 bedoelde verrekening.
De distributiesysteembeheerder en de beheerder van een gesloten systeem die gebruik wil maken van de berichten genoemd in deze code draagt er zorg voor dat informatie, die aan de transmissiesysteembeheerder, balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s) wordt verschaft, consistent is (inclusief de restvolumes en correctievolumes).
De transmissiesysteembeheerder draagt er zorg voor dat informatie, die aan balanceringsverantwoordelijke(n) en leverancier(s) wordt verschaft, consistent is (inclusief de restvolumes en correctievolumes).
Artikel 2
Allocatie
Onderdeel van Allocatiecode systeembeheerders gas· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 21 februari 2026