**1.** De minister kan, gelet op het doel in artikel 3, op aanvraag van een provincie, gemeente of waterschap een rijksbijdrage verlenen voor een project.
**2.** In de verkenningsfase en de planuitwerkingsfase van een project komen voor een rijksbijdrage in aanmerking de aan deze fase toe te rekenen kosten:
van het verrichten van onderzoek;
van het opstellen van mogelijke ontwerpen van het project;
van het verkrijgen van de in deze fase benodigde vergunningen en publiekrechtelijke toestemmingen;
van verwerving van een onroerende zaak of een beperkt recht op een onroerende zaak of het sluiten van een overeenkomst ter zake van het gebruik van een onroerende zaak;
voortvloeiend uit een overeenkomst ten behoeve van de realisatie van het project, anders dan de kosten, bedoeld in onderdeel d;
van nadeelcompensatie;
van een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s;
van monitoring en evaluatie; en
van andere kostenposten dan die bedoeld in de onderdelen a tot en met h, indien de kosten in redelijkheid zijn aan te merken als verkenningskosten of planuitwerkingskosten.
**3.** In de realisatiefase van een project komen voor een rijksbijdrage in aanmerking de in deze fase aan het project toe te rekenen kosten:
van verwerving van een onroerende zaak of een beperkt recht op een onroerende zaak of het sluiten van een overeenkomst ter zake van het gebruik van een onroerende zaak;
van het verkrijgen van de in deze fase benodigde vergunningen en publiekrechtelijke toestemmingen;
voortvloeiend uit een overeenkomst ten behoeve van de realisatie van het project, anders dan de kosten, bedoeld in onderdeel a;
van technische- en realisatiewerkzaamheden, voor zover deze geen deel uitmaken van de kosten voortvloeiende uit een overeenkomst als bedoeld in onderdeel c;
van nadeelcompensatie;
van een reservering voor voorziene risico’s en een reservering voor onvoorziene risico’s;
van monitoring en evaluatie; en
van andere kostenposten dan die bedoeld in de onderdelen a tot en met g, indien de kosten in redelijkheid zijn aan te merken als realisatiekosten.
**4.** In de fase na realisatie van een project komen voor een rijksbijdrage in aanmerking de in deze fase aan het project toe te rekenen kosten van monitoring, evaluatie, beheer en onderhoud.
**5.** Onverminderd het tweede tot en met vierde lid, komen in een fase als bedoeld in die leden voor een rijksbijdrage in aanmerking maximaal 50% van de aan die fase toe te rekenen kosten van personeel van de eigen organisatie, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
het betreft kosten ter uitvoering van projectmanagement, projectbeheersing, omgevingsmanagement, technisch management of contractmanagement.
de kosten bedragen maximaal 15% van het totaal aan kosten dat voor een fase als bedoeld in het tweede tot en met vierde lid voor een rijksbijdrage in aanmerking komt.
**6.** De raming van de kosten, bedoeld in het tweede en vierde lid, vindt plaats conform de Standaardsystematiek voor Kostenramingen 2018, op basis van de meest waarschijnlijke waarde van een deterministische raming of op basis van de P85-waarde van een probabilistische raming.
**7.** De raming van de kosten, bedoeld in het derde lid, vindt plaats conform de Standaardsystematiek voor Kostenramingen 2018 op basis van de P85-waarde van een probabilistische raming.
**8.** De rijksbijdrage voor een project bedraagt maximaal het in de bijlage aangegeven bedrag voor dat project.
Artikel 4
Kosten die in aanmerking komen voor een rijksbijdrage en hoogte van de rijksbijdrage
Onderdeel van Regeling stimulering projecten PAGW· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2026