Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7

Eindverantwoordeljkheid directeur en aanwijzingen ondermandaat

Onderdeel van Organisatie- en mandaatbesluit RBL 2025· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 26 februari 2026

1. Indien overwegingen van principiële aard een rol spelen, indien zich uitzonderlijke politiek-bestuurlijke afbreukrisico’s voordoen of indien overige bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, oefent de in dit besluit gemandateerde functionaris zijn of haar mandaat niet uit. In die gevallen beslist de directeur. 2. De uitoefening van het mandaat door de in dit besluit gemandateerde functionarissen geschiedt met inachtneming van algemene en bijzondere aanwijzingen van hiërarchisch hoger geplaatsten.

Rechtspraak bij dit artikel