Iedereen moet in Nederland op goede en veilige zorg en jeugdhulp kunnen vertrouwen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houdt in dat kader toezicht op de naleving van een groot aantal wetten.
De IGJ heeft slechts een beperkte capaciteit om dit toezicht uit te oefenen. Daarom strekt het toezicht van de IGJ zich vooral uit tot het bewaken van de belangen van goede en veilige gezondheidszorg en jeugdhulp voor zover die belangen uitstijgen boven het belang van een individuele betrokkene.1Kamerstukken II 2009/10, 32 402, nr. 3, p. 153–155 (MvT) Dat maakt dat de IGJ niet verplicht is om naar elke mogelijke normschending onderzoek te doen en handhavend op te treden.2Vergelijk artikel 24 lid 6 Wkkgz en artikel 9.2 lid 5 Jeugdwet
De IGJ ontvangt meer verzoeken om handhaving dan zij gelet op haar onderzoekscapaciteit in onderzoek kan nemen. Om doelmatig te kunnen handhaven wordt onderscheid gemaakt in de wijze waarop de IGJ uitvoering geeft aan haar handhavingstaak. De IGJ maakt keuzes en zet haar capaciteit in op de plekken waar de risico’s voor de volksgezondheid het grootst zijn. Dit doet de IGJ op basis van dit prioriteringsbeleid. Met dit beleid maakt de IGJ inzichtelijk waarom het ene handhavingsverzoek wel en het andere handhavingsverzoek niet wordt onderzocht.
Dit prioriteringsbeleid is niet van toepassing op handhavingsverzoeken die uitsluitend betrekking hebben op wetgeving over geneesmiddelen en medische technologie, alsmede andere wet- en regelgeving die een implementatie van het Unierecht vormt.
Artikel 1
Inleiding
Onderdeel van Beleidsregel prioriteringsbeleid handhavingsverzoeken IGJ· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 28 februari 2026