Naar hoofdinhoud

§ 2

Artikel 4

Directeur

Onderdeel van Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging NCG 2026· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 12 maart 2026

1. Aan de directeur Dienstverlening en de directeur Bedrijfsvoering wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein. 2. Aan de directeur Eemsdelta en de directeur Stad & Ommeland wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein. Bij een project met overlap van regio’s zijn beide directeuren, ieder voor zich, bevoegd. 3. Aan de directeuren wordt ondermandaat, volmacht en machtiging verleend ten aanzien van de P&O-aangelegenheden van hun organisatieonderdeel, met inbegrip van de volgende aangelegenheden: het aanbieden en het beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd; het opdragen van een andere functie; het opdragen van tijdelijke andere werkzaamheden; het toekennen van een hogere salarisschaal; het toekennen van beloningen; het afnemen van de eed en belofte. 4. Aan de directeuren wordt ondermandaat, volmacht en machtiging verleend om klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht en die hun organisatieonderdeel betreffen te behandelen, een en ander in afstemming met de klachtencoördinator en met inachtneming van het Voorschrift interne klachtenbehandeling van NCG.

Rechtspraak bij dit artikel