**1.** Aan de directeur van de Landelijke Bedrijfsvoering Openbaar Ministerie wordt ondermandaat verleend ten aanzien van:
het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid en het nemen van daarmee samenhangende beslissingen;
het beslissen op bezwaarschriften die betrekking hebben op verzoeken op grond van de Wet open overheid en het nemen van daarmee samenhangende beslissingen;
het beslissen op verzoeken op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie en het nemen van daarmee samenhangende beslissingen;
het beslissen op bezwaarschriften die betrekking hebben op verzoeken op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie en het nemen van daarmee samenhangende beslissingen;
het behandelen van beroepschriften naar aanleiding van beslissingen op bezwaar, evenals het optreden ter zitting en het aanwenden van rechtsmiddelen naar aanleiding van deze beroepschriften;
het beslissen op klachten als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van onder hen ressorterende medewerkers.
**2.** De directeur van de Landelijke Bedrijfsvoering Openbaar Ministerie kan:
het in artikel 6, eerste lid, onder a en c gegeven ondermandaat maximaal twee hiërarchische niveaus doorgeven;
het in artikel 6, eerste lid, onder b en d gegeven ondermandaat één hiërarchisch niveau doorgeven;
het in artikel 6, eerste lid, onder e gegeven ondermandaat doorgeven aan onder hem ressorterende medewerkers die met die taak zijn belast.
Artikel 3
(de directeur Landelijke Bedrijfsvoering Openbaar Ministerie)
Onderdeel van Ondermandaatbesluit niet-beheersaangelegenheden van het College van procureurs-generaal 2026· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 2 april 2026