**1.** De militair die is bestemd om een functie te gaan vervullen waaraan een officiersrang is verbonden, bekleedt bij aanvang van de initiële opleiding de stand van matroos-adelborst, tenzij in deze regeling anders is vermeld.
**2.** De militair die is aangewezen voor de militair-wetenschappelijke opleiding tot officier wordt:
bevorderd tot korporaal-adelborst op de eerste dag van de maand volgend op de dag dat is vastgesteld dat hij heeft voldaan aan de in het examenreglement vastgestelde studievoortgang van het eerste studiejaar;
bevorderd tot sergeant-adelborst op de eerste dag van de maand volgend op de dag dat is vastgesteld dat hij heeft voldaan aan de in het examenreglement vastgestelde studievoortgang van het tweede studiejaar en de propedeuse heeft afgerond;
nadat met de voordracht voor benoeming tot officier is ingestemd: (1) benoemd tot luitenant ter zee der 3e klasse op de eerste dag van de maand volgend op de dag dat is vastgesteld dat hij heeft voldaan aan de in het examenreglement vastgestelde studievoortgang van het derde studiejaar; (2) benoemd tot tweede luitenant der mariniers op de eerste dag van de maand volgend op de dag dat is vastgesteld dat hij heeft voldaan aan de in het examenreglement vastgestelde studievoortgang van het derde studiejaar;
nadat met de voordracht is ingestemd: (1) bevorderd tot luitenant ter zee der 2e klasse op de dag dat is vastgesteld dat hij de gehele initiële opleiding tot officier succesvol heeft afgerond; (2) bevorderd tot eerste luitenant der mariniers op de dag dat is vastgesteld dat hij de gehele initiële opleiding tot officier succesvol heeft afgerond.
**3.** De militair die is aangewezen voor een korte officiersopleiding voor luitenant ter zee der 2e klasse/eerste luitenant der mariniers wordt:
bevorderd tot korporaal-adelborst: (1) (HBO/WO-vooropleiding) op de eerste dag van de maand volgend op de dag dat is vastgesteld dat hij heeft voldaan aan de in het examenreglement vastgestelde studievoortgang van onderwijsperiode 2 van het eerste studiejaar; (2) (HAVO-vooropleiding) op de eerste dag van de maand volgend op de dag dat is vastgesteld dat hij heeft voldaan aan de in het examenreglement vastgestelde studievoortgang van het eerste studiejaar;
nadat met de voordracht voor benoeming tot officier is ingestemd: (1) benoemd tot luitenant ter zee der 3e klasse/tweede luitenant der mariniers op de eerste dag van de maand volgend op de dag dat is vastgesteld dat hij het theoretische deel van de opleiding succesvol heeft afgerond; (2) bevorderd tot luitenant ter zee der 2e klasse/eerste luitenant der mariniers op de dag dat hij de gehele initiële opleiding tot officier succesvol heeft afgerond.
**4.** De militair die bij aanstelling wordt aangewezen voor het volgen van de specialistenopleiding voor officieren wordt na afronding van de opleiding, nadat met de voordracht voor benoeming tot officier is ingestemd, benoemd tot de rang die is verbonden aan de functie die hem aansluitend aan de opleiding zal worden toegewezen.
**5.** De militair die in het kader van de regeling ‘werk-naar-werk’ bij aanstelling wordt aangewezen voor het volgen van de opleiding tot officier wordt na afronding van de opleiding, nadat met de voordracht voor benoeming tot officier is ingestemd, benoemd tot de rang die is verbonden aan de functie die hem aansluitend aan de opleiding zal worden toegewezen.
**6.** De militair die is aangewezen voor de opleiding tot officier wordt, nadat met de voordracht voor benoeming tot officier is ingestemd: (1) tijdelijk benoemd tot luitenant ter zee der 3e klasse bij aanvang van de opleiding; (2) bevorderd tot luitenant ter zee der 2e klasse op de dag dat is vastgesteld dat hij de gehele opleiding tot officier succesvol heeft afgerond.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3.1
Artikel 3:10
Bevordering tijdens de opleiding tot officier bij de Koninklijke marine
Onderdeel van Uitvoeringsregeling AMAR· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 4 april 2026