**1.** Het bepaalde bij of krachtens artikel 2.3 is niet van toepassing op:
geslachtscellen voor toepassing op een echtgenoot, geregistreerde partner of levensgezel;
weefsels en cellen die worden weggenomen en teruggeplaatst bij dezelfde persoon in het kader van één geneeskundige behandeling;
weefsels en cellen die in noodgevallen met toestemming van Onze Minister worden ingevoerd uit derde landen;
weefsels en cellen die vanaf de verkrijging tot en met de toepassing op de mens zijn onderworpen aan het toezicht van dezelfde verantwoordelijke persoon en aan hetzelfde kwaliteits- en traceerbaarheidssysteem, in een centrum voor gezondheidszorg dat op dezelfde plaats beschikt over een weefselinstelling die in het bezit is van een erkenning als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet;
weefsels en cellen die worden ingevoerd uit derde landen, mits deze weefsels en cellen vanaf de invoer tot en met de toepassing op de mens zijn onderworpen aan het toezicht van dezelfde verantwoordelijke persoon en aan hetzelfde kwaliteits- en traceerbaarheidssysteem, in een centrum voor gezondheidszorg dat op dezelfde plaats beschikt over een weefselinstelling die in het bezit is van een erkenning als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet.
**2.** Het bij of krachtens artikel 2.3 bepaalde is van toepassing op weefsel en cellen die voor geneesmiddelen voor geavanceerde therapie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b.1, van de Geneesmiddelenwet, worden gebruikt, voor zover ze nog niet naar de fabrikant van die geneesmiddelen zijn overgebracht.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet actualisering
lichaamsmateriaalwetgeving in werking treedt.