Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.3

Artikel 3.3

Onderdeel van Besluit veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026

1. Het orgaancentrum kent bij elke donatie een unieke identificatiecode toe aan het betreffende orgaan of postmortale weefsel. 2. Het orgaancentrum richt zijn administratie zodanig in dat ten aanzien van een orgaan of postmortaal weefsel dat is toegewezen aan een ontvanger met behulp van de identificatiecode kunnen worden achterhaald: de voor het gebruik van het orgaan of postmortale weefsel relevante persoonsgegevens van de donor; de instelling waar het orgaan of postmortale weefsel ter beschikking is gekomen; de datum en het tijdstip van het ter beschikking komen van het orgaan of postmortale weefsel; in voorkomend geval de bestemming waarvoor de donor overeenkomstig de Wet op de orgaandonatie toestemming heeft verleend; de kenmerken en eigenschappen van het orgaan of postmortale weefsel en de doeleinden waarvoor het, indien van toepassing mede gelet op de verleende toestemming, geschikt is; de noodzakelijke aanwijzingen voor het bewaren en het gebruik; eventuele bijwerkingen bij het gebruik; de bij het vervoer gebruikte stoffen en materialen, de leverancier en het batchnummer ervan; de naam en het adres van de instelling waaraan het orgaan of postmortale weefsel is afgeleverd; de persoonsgegevens van degene bij wiens geneeskundige behandeling het orgaan of postmortale weefsel is gebruikt. 3. Het orgaancentrum bewaart de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens tenminste 30 jaar na de toewijzing. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet actualisering lichaamsmateriaalwetgeving in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel