**1.** Het bestuur kan in afwijking van artikel 35, eerste lid Bvr in de eerste maand van elk kwartaal een voorschot verlenen aan de advocaat die voldoet aan de volgende voorwaarden:
op minimaal tien van de aan de advocaat afgegeven toevoegingen in de periode genoemd in artikel, 5 eerste lid is sprake van een vertraging van minimaal een half jaar in de afhandeling van aanvragen of procedures door een bestuursorgaan of een gerechtelijke instantie;
de vertraging is veroorzaakt door een verstoring in de werkprocessen bij de onder a. genoemde instanties;
de vertraging is minder dan één jaar voorafgaand aan de aanvraag genoemd in artikel 4 ontstaan;
als gevolg van de vertraging kan de advocaat deze toevoegingen niet ter declaratie bij de Raad indienen omdat niet wordt voldaan aan het gestelde in artikel 28, eerste lid Bvr en;
de advocaat beschikt als gevolg van de omstandigheden genoemd onder a. tot en met d. over onvoldoende direct beschikbare geldmiddelen om aan de financiële verplichtingen verbonden aan diens kantoor te kunnen voldoen.
**2.** Geen voorschot kan worden aangevraagd indien de advocaat of het kantoor:
getroffen is door een conservatoir of executoriaal beslag;
in staat van faillissement verkeert;
surséance van betaling is verleend; of
toevoegingsvergoedingen heeft gecedeerd aan een derde.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Voorwaarden aanvrager
Onderdeel van Tijdelijke beleidsregel voorschot advocaten in liquiditeitsproblemen· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 17 april 2026