Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Paragraaf 2

Artikel 7.2

Artikel 7.2

Onderdeel van Regeling kwaliteitscriteria en opleidings- en trainingsvereisten van de politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 september 2010

1. Een ambtenaar is steeds voor de duur van een kalenderjaar geoefend in het gebruik van een geweldmiddel, indien hij in het daaraan voorafgaande kalenderjaar met voldoende resultaat heeft afgelegd: de toets geweldsbeheersing; de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden. 2. Een ambtenaar is steeds voor de duur van een kalenderhalfjaar geoefend in het gebruik van een vuurwapen, indien hij, naast de in het eerste lid bedoelde toetsen, in het daaraan voorafgaande kalenderhalfjaar de toets schietvaardigheid met voldoende resultaat heeft afgelegd. 3. Onverminderd het eerste en tweede lid, wordt de ambtenaar van wie een geweldmiddel op grond van het vierde lid is ingenomen, voor de resterende duur van het lopende kalenderjaar of kalenderhalfjaar, geacht wederom geoefend te zijn in het gebruik van het geweldmiddel vanaf het moment dat hij de toetsen die hij niet of niet met voldoende resultaat had afgelegd, alsnog met voldoende resultaat aflegt. 4. De korpsbeheerder draagt ervoor zorg dat de ambtenaar slechts over een geweldmiddel beschikt, anders dan voor het vervoer en het gebruik ervan voor het volgen van onderwijs, indien hij geoefend is in het gebruik van dat geweldmiddel. Indien een ambtenaar op de laatste dag van een kalenderjaar of kalenderhalfjaar de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde toetsen nog niet met voldoende resultaat heeft afgelegd, wordt het geweldmiddel in het gebruik waarvan hij dientengevolge niet langer is geoefend, door de korpsbeheerder ingenomen.

Rechtspraak bij dit artikel