**1.** De subsidieontvanger doet de kennisgeving, bedoeld in artikel 4, eerste lid, binnen vier weken na de subsidieverlening.
**2.** De subsidieontvanger zorgt ervoor dat binnen vier weken na de subsidieverlening een zodanig aantal melk- en kalfkoeien wordt afgevoerd, als nodig is om uit te komen op het aantal melk- en kalfkoeien, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel d.
**3.** De subsidieontvanger handhaaft de in artikel 4, eerste lid, genoemde vermindering van het gemiddeld aantal gehouden melk- en kalfkoeien per jaar gedurende drie jaar, waarbij de periode van drie jaar aanvangt op het moment van de kennisgeving, bedoeld in artikel 4, eerste lid.
**4.** De subsidieontvanger zorgt ervoor dat het gemiddeld aantal in de melkveehouderij gehouden graasdieren, anders dan melk- en kalfkoeien, omgerekend naar GVE, vanaf het moment van het doen van de kennisgeving, bedoeld in artikel 4, eerste lid, gedurende drie jaar niet toeneemt ten opzichte van het gemiddeld aantal in het jaar 2025 door de melkveehouderij gehouden graasdieren, anders dan melk- en kalfkoeien, omgerekend naar GVE.
**5.** De subsidieontvanger zorgt ervoor dat de oppervlakte grasland van de melkveehouderij vanaf het moment van de kennisgeving, bedoeld in artikel 4, eerste lid, gedurende drie jaar niet minder is dan de oppervlakte grasland in het jaar 2025.
**6.** De subsidieontvanger verstrekt op verzoek van de minister nadere informatie om aan te tonen dat is voldaan aan het vierde lid.
Artikel 12
Verplichtingen van de subsidieontvanger
Onderdeel van Subsidieregeling extensivering melkveehouderij· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 29 april 2026