**1.** De minister stelt de uitkering vast op 31 december van het jaar waarin de laatste verantwoording, bedoeld in artikel 11, heeft plaatsgevonden.
**2.** De uitkering kan op een lager bedrag worden vastgesteld, indien:
de werkelijke kosten lager zijn dan het verleende bedrag;
de uitkering anderszins niet of niet volledig overeenkomstig het doel van deze regeling is besteed; of
niet of niet volledig is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 9, of de verantwoording, bedoeld in artikel 11.
**3.** De minister kan onverschuldigd betaalde uitkeringen en voorschotten terugvorderen, voor zover na de dag waarop de uitkering is vastgesteld nog geen vijf jaren zijn verstreken.
Artikel 12
Vaststelling
Onderdeel van Tijdelijke regeling specifieke uitkering Clean Energy Hubs 2026–2030· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2026