**1.** De subsidie wordt aangevraagd door, verstrekt aan en verantwoord door de penvoerder. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende activiteiten.
**2.** De penvoerder is een instellingsbestuur van een hogeronderwijsinstelling als bedoeld in bijlage 1 die deel uitmaakt van een educatief consortium, en die namens dat educatief consortium als penvoerder optreedt.
**3.** Per educatieve alliantie kan één daaraan deelnemende hogeronderwijsinstelling worden aangewezen die optreedt als penvoerder van een educatief consortium.
**4.** Een penvoerder kan zijn penvoerderschap krachtens schriftelijke overeenkomst overdragen aan een ander instellingsbestuur als bedoeld in het tweede lid, dat deelneemt aan dezelfde educatieve alliantie. Indien de penvoerder zijn penvoerderschap aldus overdraagt:
wordt de subsidie, onverminderd het bepaalde in het eerste tot en met derde lid, geacht met terugwerkende kracht aan de nieuwe penvoerder te zijn verleend; en
worden eventueel reeds door de oorspronkelijke penvoerder ontvangen voorschotten geacht met terugwerkende kracht aan de nieuwe penvoerder te zijn betaald op grond van artikel 4:89, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
**5.** Een overeenkomst als bedoeld in het vierde lid wordt, alvorens die in werking treedt, ter goedkeuring voorgelegd aan de minister en bevat:
één of meer bepalingen over de overdracht van verantwoordingsinformatie als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de oorspronkelijke penvoerder aan de nieuwe penvoerder; en
voor zover sprake is van reeds betaalde voorschotten, en voor zover nog niet besteed, een regeling over bijschrijving daarvan op het vroegst mogelijke moment op een bij DUS-i bekende bankrekening van de nieuwe penvoerder.
Artikel 5
Penvoerder
Onderdeel van Subsidieregeling co-creatielabs NAPL· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 5 mei 2026