**1.** De zorgautoriteit houdt bij de verdeling van de medisch-specialistische instroomplaatsen1Onder B van de Bijlage behorende bij de artikelen 2 en 4 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, onder 1.a, 1, 2 en 3. over de OOR’s een verdeling aan op basis van het criterium 100% adherentie alle instellingen (de basisverdeling). Dit houdt in dat bij de verdeling van de medisch-specialistische instroomplaatsen over de OOR’s wordt gekeken naar de omvang van de zorgvraag van de bevolking in het verzorgingsgebied voor alle instellingen binnen de OOR's. Daarbij geldt de mogelijkheid om – binnen het totaal aantal beschikbaar gestelde opleidingsplaatsen – met maximaal vijf instroomplaatsen tussen OOR’s te schuiven ten opzichte van de basisverdeling.
**2.** De zorgautoriteit houdt bij het verdelen van instroomplaatsen voor de opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog, klinisch psycholoog, klinisch neuropsycholoog, psychotherapeut en verpleegkundig specialist GGZ rekening met de volgende uitgangspunten:
de instroomplaatsen worden verdeeld per sector, gebruikmakend van de ramingen van het Capaciteitsorgaan;
instroomplaatsen waarvoor in een voorgaand jaar geen beschikbaarheidbijdrage is verleend, worden niet meegeteld indien er in de verdeling van de instroomplaatsen rekening wordt gehouden met het historisch opleidingsvolume;
zowel bestaande als nieuwe opleidende zorgaanbieders komen in aanmerking voor instroomplaatsen.
**3.** Bij het verdelen van instroomplaatsen betrekt de zorgautoriteit een inhoudelijk deskundig adviesorgaan.
Artikel 5
Criteria verdeling instroomplaatsen 2024
Onderdeel van Regeling aanwijzing ex artikel 7 Wet marktordening gezondheidszorg (beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2024 en 2025)· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 28 mei 2026