Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Criteria verdeling instroomplaatsen 2024

Onderdeel van Regeling aanwijzing ex artikel 7 Wet marktordening gezondheidszorg (beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2024 en 2025)· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 28 mei 2026

1. De zorgautoriteit houdt bij de verdeling van de medisch-specialistische instroomplaatsen1Onder B van de Bijlage behorende bij de artikelen 2 en 4 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, onder 1.a, 1, 2 en 3. over de OOR’s een verdeling aan op basis van het criterium 100% adherentie alle instellingen (de basisverdeling). Dit houdt in dat bij de verdeling van de medisch-specialistische instroomplaatsen over de OOR’s wordt gekeken naar de omvang van de zorgvraag van de bevolking in het verzorgingsgebied voor alle instellingen binnen de OOR's. Daarbij geldt de mogelijkheid om – binnen het totaal aantal beschikbaar gestelde opleidingsplaatsen – met maximaal vijf instroomplaatsen tussen OOR’s te schuiven ten opzichte van de basisverdeling. 2. De zorgautoriteit houdt bij het verdelen van instroomplaatsen voor de opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog, klinisch psycholoog, klinisch neuropsycholoog, psychotherapeut en verpleegkundig specialist GGZ rekening met de volgende uitgangspunten: de instroomplaatsen worden verdeeld per sector, gebruikmakend van de ramingen van het Capaciteitsorgaan; instroomplaatsen waarvoor in een voorgaand jaar geen beschikbaarheidbijdrage is verleend, worden niet meegeteld indien er in de verdeling van de instroomplaatsen rekening wordt gehouden met het historisch opleidingsvolume; zowel bestaande als nieuwe opleidende zorgaanbieders komen in aanmerking voor instroomplaatsen. 3. Bij het verdelen van instroomplaatsen betrekt de zorgautoriteit een inhoudelijk deskundig adviesorgaan.

Rechtspraak bij dit artikel