Een bestuurlijke boete is een bestraffende sanctie en heeft als oogmerk om de overtreder leed toe te voegen. De ATKM zet dit instrument in om de overtreder te straffen. In zowel de KP-wet als de Uitvoeringswet TOI zijn boetemaxima vastgelegd. De ATKM heeft gelet op artikel 5:46, lid 2, Awb als taak om de daadwerkelijk op te leggen bestuurlijke boete af te stemmen op (i) de ernst van de overtreding en (ii) de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. De ATKM houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. Bij het opleggen van een boete hanteert de ATKM de volgende uitgangspunten.
Voor wat betreft de ernst van de overtreding: deze wordt door de wetgever in abstracto tot uitdrukking gebracht door middel van de maximale boetehoogte die is vastgesteld voor de relevante overtreding. De ATKM past de boetehoogte aan, op basis van de mate waarin de overtreding aan de overtreder kan worden verweten. Daarbij gebruikt de ATKM een percentage van het maximale boetebedrag waarin de wet voorziet voor de betrokken overtreding. Dit percentage wordt afgestemd op de mate van verwijtbaarheid en wordt als volgt bepaald:
Verminderde verwijtbaarheid: 25% maximale boete
Normale verwijtbaarheid: 50% maximale boete
Grove schuld: 75% maximale boete
Opzet: 100% maximale boete
De ATKM mag bij deze systematiek in beginsel uitgaan van normale verwijtbaarheid (50%) (zie: ABRvS 13 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1973). De wet is bekend en het is de overtreder ook bekend (of het zou dat in ieder geval moeten zijn) dat hij daaraan moet voldoen. Het is aan de ATKM om eventueel grove schuld, dan wel opzet, aan te tonen. Het is daarentegen aan de overtreder om verminderde verwijtbaarheid aannemelijk te maken.
Bij het beoordelen van de verwijtbaarheid weegt de ATKM in ieder geval de volgende omstandigheden mee:
de aard, de ernst en de duur van de inbreuk;
de opzettelijke dan wel nalatige aard van de inbreuk;
eerdere inbreuken door de aanbieder van hostingdiensten; en
de schuldgraad van de aanbieder van hostingdiensten, rekening houdend met de technische en organisatorische maatregelen die de aanbieder van hostingdiensten heeft genomen om te voldoen aan de TOI-Verordening.
Bovengenoemde opsomming van factoren is noch limitatief noch imperatief. Dit betekent dat de opsomming niet uitputtend is en dat de weging van de genoemde factoren van geval tot geval kan verschillen.
De ATKM weegt bij het bepalen van de hoogte van de boete voorts in ieder geval ook de volgende omstandigheden mee:
de financiële draagkracht van de aanbieder van hostingdiensten;
de mate waarin de aansprakelijk geachte aanbieder van hostingdiensten met de bevoegde autoriteiten samenwerkt; en
de aard en omvang van de aanbieder van hostingdiensten, met name of het gaat om een micro-, kleine of middelgrote onderneming.
Bovengenoemde opsomming van factoren is noch limitatief noch imperatief. Dit betekent dat de opsomming niet uitputtend is en dat de weging van de genoemde factoren van geval tot geval kan verschillen.
Van de uitgangspunten uit dit beleid moet worden afgeweken indien de omstandigheden van het geval dit nodig maken. Daarbij kan de boetehoogte ten voordele of ten nadele van de overtreder worden bijgesteld.
Indien sprake is van te onderscheiden, maar wel met elkaar samenhangende overtredingen van hetzelfde wettelijke voorschrift waarvoor twee of meer afzonderlijke boetes worden opgelegd, beoordeelt de ATKM of het totaal aan boetes dat voor de samenhangende overtredingen kan worden opgelegd, passend is.
De ATKM berekent aan de hand van het voorgaande het boetebedrag per afzonderlijke overtreding. De berekende boetebedragen worden vervolgens in totaliteit bezien. Indien geoordeeld wordt dat het totaalbedrag aan berekende boetes, gelet op het geheel aan samenhangende gedragingen, niet-passend is, laat de ATKM de boetehoogte van de hoogst berekende boete in stand en matigt zij de andere boete(s) zodanig dat het totaal aan boetes gelet op de samenhangende overtredingen, passend is.
Artikel 4
Boete
Onderdeel van Dwangsom- en boetebeleid ATKM· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 18 juni 2026