**1.** Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
asielzoeker:
vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, die:
ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag; en
in het bezit is gesteld:
door de Minister van Asiel en Migratie van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet; of
door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van een verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van de Vreemdelingenwet 2000 en daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van die wet; en
woonachtig is in Nederland.
ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is en die ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag en die woonachtig is in Nederland.
ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is en die ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag en die woonachtig is in Nederland.
overige vreemdeling: vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, niet zijnde een asielzoeker, die:
ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag; en
in het bezit is gesteld:
Door de Minister van Asiel en Migratie van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; of
Van een paspoort of identiteitsbewijs waaruit blijkt dat de vreemdeling burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland; en
woonachtig is in Nederland.
**2.** Het bevoegd gezag van een basisschool waar de eerste opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor ten minste vier asielzoekers of overige vreemdelingen die in aanmerking komen voor de bekostiging als bedoeld in dit artikel, ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.
**3.** Het recht van aanvullende bekostiging bedraagt per leerling maximaal twaalf maanden gerekend vanaf de eerste dag van inschrijving op een school met inachtneming van de peildata in het vijfde lid.
**4.** In afwijking van het derde lid wordt in het geval de datum van vestiging in Nederland van de leerling voor het vierde levensjaar van deze leerling ligt, de periode tussen de datum van vestiging in Nederland en het bereiken van de leeftijd van vier jaar in mindering gebracht op het recht op deze bekostiging. De datum van vestiging is de oudste datum van inschrijving in Nederland als bedoeld in bijlage 1 van de Regeling register onderwijsdeelnemers.
**5.** De aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:
1 januari voor de periode januari tot en met maart;
1 april voor de periode april tot en met juni;
1 juli voor de periode juli tot en met september;
1 oktober voor de periode oktober tot en met december.
**6.** Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de aanvullende bekostiging een aanvraag in die, indien de peildatum 1 juli betreft, moet zijn ontvangen binnen acht weken na de peildatum en, indien het een andere peildatum betreft, binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.
**7.** Een basisschool die niet eerder eenmalige aanvullende bekostiging heeft ontvangen voor het verzorgen van de eerste opvang van asielzoekers of overige vreemdelingen, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de aanvullende bekostiging van € 18.174,57.
**8.** Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:
naam, instellingscode, postcode en plaats van de school;
indien de peildatum 1 januari betreft, het aantal ingeschreven asielzoekers en het aantal ingeschreven overige vreemdelingen op 1 januari, en het aantal eerstejaars asielzoekers dat op 1 februari van het voorgaande schooljaar aan de basisschool stond ingeschreven of indien de peildatum niet 1 januari betreft het aantal ingeschreven asielzoekers en het aantal ingeschreven overige vreemdelingen op de peildatum; en
in geval van toepassing van het zevende lid, een verklaring dat de basisschool niet eerder de eerste opvang van vreemdelingen respectievelijk de eerste opvang van asielzoekers of overige vreemdelingen heeft verzorgd.
**9.** De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend volgens de formules:
Indien de peildatum 1 januari betreft:
indien Ap groter is dan At: (Ap – At) x € 15.168,16 x 25,00% verhoogd met (At + Vp) x € 4.712,34 x 25,00%.
indien Ap niet groter is dan At: (Ap + Vp) x € 4.712,34 x 25,00%.
Indien de peildatum 1 april, 1 juli of 1 oktober betreft: Ap x € 15.168,16 x 25,00% verhoogd met Vp x € 4.712,34 x 25,00%.
waarin steeds:
Ap = het aantal op de peildatum ingeschreven leerlingen dat asielzoeker is;
Vp = het aantal op de peildatum ingeschreven leerlingen dat overige vreemdeling is;
At = het totaal aantal op 1 februari van het voorgaande schooljaar ingeschreven leerlingen dat eerstejaars asielzoeker is.
**10.** Het bedrag per leerling wordt vastgesteld overeenkomstig de code van de verblijfsrechtelijke status van de leerling waaruit volgt of de leerling als een asielzoeker of een overige vreemdeling wordt beschouwd. Wanneer een leerling asielzoeker of overige vreemdeling is, wordt dit weergegeven in onderstaande tabel:
Code
Omschrijving
Categorie
21
Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder a. Verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, arbeid vrij.
Asielzoeker of overige vreemdeling
22
Vreemdelingenwet 2000 art. 8, sub a. Verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met tewerkstellingsvergunning OF gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid.
Overige vreemdeling
23
Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder a. Vergunning regulier voor bepaalde tijd, met enkel de mogelijkheid om specifieke arbeid te verrichten (zonder twv).
Overige vreemdeling
24
Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder a. Vergunning regulier voor bepaalde tijd, geen arbeid.
Overige vreemdeling
25
Vreemdelingenwet 2000 art. 8, sub b. Verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd
OF EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen.
Overige vreemdeling
26
Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder c. Verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd, arbeid vrij.
Asielzoeker
27
Vreemdelingenwet 2000 art. 8, sub d. Verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd
OF EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen.
Asielzoeker
28
Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Gemeenschapsonderdaan, economisch actief, arbeid vrij.
Overige vreemdeling
29
Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Gemeenschapsonderdaan, economisch niet actief, arbeid vrij.
Overige vreemdeling
30
Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Familielid van een gemeenschapsonderdaan, na toetsing aan EU-recht, arbeid vrij.
Overige vreemdeling
31
Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder f en h. In procedure voor aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd.
Overige vreemdeling
32
Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder f en h. In procedure voor aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
Asielzoeker
33
Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder g en h. In procedure voor voortgezet verblijf, tijdige aanvraag.
Asielzoeker of overige vreemdeling
34
Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder g en h. In procedure voor voortgezet verblijf, ontijdige aanvraag.
Asielzoeker of overige vreemdeling
35
Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder I. Onderdaan heeft verblijfsrecht o.b.v. het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije (waarin soepelere regels zijn opgenomen voor Turkse onderdanen).
Overige vreemdeling
36
Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Gemeenschapsonderdaan, economisch actief, met enkel de mogelijkheid om specifieke arbeid te verrichten.
Overige vreemdeling
37
Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Gemeenschapsonderdaan, economisch niet actief, met enkel de mogelijkheid om specifieke arbeid te verrichten.
Overige vreemdeling
38
Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Familielid van een gemeenschapsonderdaan, na toetsing aan EU-recht, met enkel de mogelijkheid om specifieke arbeid te verrichten.
Overige vreemdeling
39
Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder m. Persoon is in afwachting van indiening asielaanvraag bij andere lidstaat o.g.v. Dublinverordening.
Asielzoeker
40
Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Gemeenschapsonderdaan of familielid met recht op duurzaam verblijf. Dit kan men aanvragen als men 5 jaar rechtmatig in NL heeft verbleven als gemeenschapsonderdaan of familielid.
Overige vreemdeling
41
Rechtmatig verblijf Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e, is beëindigd.
Overige vreemdeling
42
Rechtmatig verblijf op grond van voorlopige maatregel EHRM, geen arbeid.
Overige vreemdeling
43
Rechtmatig verblijf op aanwijzing Minister van Justitie en Veiligheid, geen arbeid.
Overige vreemdeling
44
Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder m. Leerling is in afwachting van overdracht naar andere lidstaat o.g.v. Dublinverordening.
Asielzoeker
45
Vreemdelingenwet2000 art. 8, onder i. Leerling heeft verblijfsrecht voor termijn van 180 dagen (bedoeld voor onderzoeker of student).
Overige vreemdeling
46
Vreemdelingenwet 2000 art 8, onder f en h, EU-richtlijn 2001/55, in procedure art 28, arbeid loondienst. Verblijfstitel voor Oekraïense ontheemden.
Asielzoeker
50
Verordening (EU) 2024/1348, art 26, asielwens, in procedure asiel
Asielzoeker
51
Verordening (EU) 2024/1348, art 35 lid 4, in niet versnelde procedure asiel
Asielzoeker
52
Verordening (EU) 2024/1348, art 42.1, a t/m f, in versnelde procedure asiel
Asielzoeker
53
Verordening (EU) 2024/1348, art 42.1, g t/m j, in versnelde procedure asiel
Asielzoeker
54
Vw 2000 na EU-Pact, art 29, lid 1, asiel vluchteling
Asielzoeker
55
Vw 2000 na EU-Pact, art 29a, lid 1, asiel subsidiair beschermde
Asielzoeker
56
Vw 2000 na EU-Pact, art 29b, 29c, 29d, asiel gezinslid internationaal beschermde
Asielzoeker
98
Geen verblijftitel meer.
Asielzoeker of overige vreemdeling
**11.** Het bevoegd gezag bepaalt of een leerling een asielzoeker of een overige vreemdeling is in het geval de leerling:
is ingeschreven op basis van het onderwijsnummer bedoeld in artikel 40b, vierde lid, van de WPO en waarvan het evident is dat hij asielzoeker of overige vreemdeling is; of
een verblijfstitel 21, 33, 34 of 98 heeft als bedoeld in de tabel in het tiende lid.
**12.** De aanvullende bekostiging, bedoeld in het tweede lid, kan niet worden aangevraagd voor leerlingen die geboren zijn in Nederland en die de verblijfsrechtelijke status krijgen van één van de ouders of voogden.
Hoofdstuk 5
Artikel 34
Eerste opvang asielzoekers en overige vreemdelingen basisscholen
Onderdeel van Definitieve regeling bekostiging WPO en WEC 2026· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 26 juni 2026