Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Procedure tot vaststelling en terugvordering van de uitkering

Onderdeel van Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026

1. De minister stelt de specifieke uitkering uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar van besteding vast. 2. De minister kan de specifieke uitkering lager vaststellen, indien: de verantwoordingsinformatie onjuist, onvolledig, te laat, of niet is verstrekt; de uitkering niet rechtmatig is besteed; de rechtmatigheid of de juistheid van de besteding volgens de controlerende accountant onzeker is; het project minder lang als zodanig is ingezet dan waarvoor de specifieke uitkering is verleend. 3. De verstrekte specifieke uitkering kan worden teruggevorderd voor het deel dat blijkens de verantwoordingsinformatie niet of niet rechtmatig is uitgegeven. 4. Onverschuldigd betaalde uitkeringsbedragen en voorschotten kunnen worden teruggevorderd, voor zover na de dag waarop de beschikking waarbij de uitkering wordt vastgesteld is bekendgemaakt, nog geen vijf jaren zijn verstreken.

Rechtspraak bij dit artikel