Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Afwijzingsgronden

Onderdeel van Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026

1. De minister kan een aanvraag geheel of gedeeltelijk afwijzen indien: de kosten, de voorziening of de activiteiten naar verwachting niet zullen voldoen aan een of meerdere van de voorwaarden, genoemd in deze regeling; de omvang van de kosten, bedoeld in artikel 2, niet in redelijke verhouding staat tot de periode van het gebruik van het project en het aantal toegezegde plekken gedurende deze periode; er regionaal, dan wel landelijk, naar verwachting al voldoende capaciteit voor opvang of huisvesting beschikbaar is, of gerealiseerd zal worden; de looptijd van het project de looptijd van de regeling overschrijdt. de aanvraag ziet op een project ten behoeve van huisvesting in een bestaande sociale huurwoning, tenzij het onzelfstandige huisvesting betreft. 2. De minister kan, in afwijking van deze regeling, een aanvraag afwijzen wanneer daar gegronde redenen voor zijn, met overeenkomstige toepassing van artikel 4.35 van de Algemene wet bestuursrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel