**1.** De minister kan een aanvraag geheel of gedeeltelijk afwijzen indien:
de kosten, de voorziening of de activiteiten naar verwachting niet zullen voldoen aan een of meerdere van de voorwaarden, genoemd in deze regeling;
de omvang van de kosten, bedoeld in artikel 2, niet in redelijke verhouding staat tot de periode van het gebruik van het project en het aantal toegezegde plekken gedurende deze periode;
er regionaal, dan wel landelijk, naar verwachting al voldoende capaciteit voor opvang of huisvesting beschikbaar is, of gerealiseerd zal worden;
de looptijd van het project de looptijd van de regeling overschrijdt.
de aanvraag ziet op een project ten behoeve van huisvesting in een bestaande sociale huurwoning, tenzij het onzelfstandige huisvesting betreft.
**2.** De minister kan, in afwijking van deze regeling, een aanvraag afwijzen wanneer daar gegronde redenen voor zijn, met overeenkomstige toepassing van artikel 4.35 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 4
Afwijzingsgronden
Onderdeel van Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026