Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Voorschot

Onderdeel van Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026

1. De minister verstrekt een voorschot van maximaal 100% van de op aanvraag toegekende kosten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a en b, van het bestedingsjaar waarin de aanvraag is gedaan. 2. De minister verstrekt op aanvraag een voorschot aan gemeenten van maximaal 100% van de geschatte bestedingen in het betreffende kalenderjaar voor de verwachte plekken in projecten ten behoeve van opvang dan wel huisvesting die bekostigd worden via deze regeling. Het voorschot betreft de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, c en het derde, vierde en vijfde lid van deze regeling. 3. Op het voorschot, bedoeld in het tweede lid, worden in mindering gebracht de verwachte baten van het betreffende verantwoordingsjaar van de eigen bijdragen, gebruiksvergoedingen of huur die door bewoners aan de gemeente worden betaald voor de geboden opvang of huisvesting in het project. 4. De aanvraag voor een voorschot, bedoeld in het tweede lid, kan de gemeente voor 1 november van het betreffende kalenderjaar indienen bij de minister. 5. In afwijking van het vierde lid kan de minister een aanvraag voor een voorschot dat is ingediend na 1 november van het betreffende boekjaar, maar vóór 31 december van het betreffende boekjaar in behandeling nemen, indien er sprake is van: een onverwacht hoge toestroom van ontheemden en vreemdelingen die onder de reikwijdte van de Wet COA vallen na 1 november van het betreffende kalenderjaar; een stagnatie of afname van het aantal beschikbare plekken ten opzichte van het aantal vreemdelingen dat een plek nodig heeft; een onvoorziene omstandigheid waardoor de gemeente een aanvraag voor een voorschot niet voor 1 november heeft kunnen indienen; of een aantoonbare reden waarom de kosten door de gemeente niet konden worden voorzien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel