**1.** Een samenwerkingsverband bestaande uit minimaal twee en maximaal vier direct aan elkaar grenzende gemeenten kan een aanvraag voor een specifieke uitkering indienen. De penvoerder is een gemeente uit het samenwerkingsverband.
**2.** Indien de bovenplanse infrastructurele voorzieningen tevens provinciale bovenplanse infrastructurele voorzieningen bevatten, kan de desbetreffende provincie deelnemen in het samenwerkingsverband.
**3.** De aanvraag van een samenwerkingsverband betreft bovenplanse infrastructurele voorzieningen voor woningbouwlocaties met in totaal meer dan 200 woningen waarbij ten minste een bovenplanse infrastructurele voorziening alle woningbouwlocaties betreft.
**4.** Iedere woningbouwlocatie in de aanvraag omvat ten minste 100 woningen waarbij maximaal de helft van het totaal aantal woningbouwlocaties meer dan 200 woningen omvat.
**5.** Elke deelnemende gemeente draagt bij aan de regionale cofinanciering door het samenwerkingsverband.
**6.** De aanvraag gaat tevens in ieder geval vergezeld van de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7, vijfde lid, met dien verstande dat het bankrekeningnummer het nummer van de penvoerder is inclusief een bewijs dat de bankrekening op naam van de penvoerder staat.
**7.** Artikel 7, zesde lid, van deze regeling en artikel 26, eerste lid, onderdelen a, c tot en met g en het tweede lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M zijn van overeenkomstige toepassing.
**8.** Onverminderd het zevende lid, bevat de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel a, van het Kaderbesluit subsidies I en M afspraken over het terugvorderen door de penvoerder van de verleende middelen indien de minister middelen terugvordert wegens het niet, niet tijdig of niet geheel voldoen aan de verplichtingen van deze regeling.
Artikel 8
Aanvraag tot verlening specifieke uitkering door samenwerkingsverband
Onderdeel van Tijdelijke regeling specifieke uitkering woningbouw en mobiliteit· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026