Naar hoofdinhoud

Artikel 2

mandaat Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten

Onderdeel van Mandaat Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026

1. Onze Minister verleent mandaat aan de directeur-generaal Migratie voor het: Verstrekken van een specifieke uitkering op grond van artikel 2 of artikel 7 van de Regeling; Beschikbaar stellen van een formulier, op grond van artikel 2 van de Regeling; Het geheel of gedeeltelijk afwijzen van een aanvraag, op grond van artikel 3 van de Regeling, evenals het toekennen van een aanvraag; Het op grond van artikel 7 van de Regeling beëindigen van de periode waarvoor specifieke uitkering is verstrekt; Het verstrekken van een voorschot op grond van artikel 9 van de Regeling; en Het vaststellen, waaronder mede wordt begrepen het lager vaststellen, van een specifieke uitkering, evenals het terugvorderen van verstrekte middelen, op grond van artikel 11 van de Regeling; 2. Onze Minister verleent aan de directeur-generaal Migratie eveneens mandaat voor: Het behandelen van bezwaar of beroep ten aanzien van een besluit genomen op grond van de Regeling; Het behandelen van een verzoek op grond van de Woo ten aanzien van de uitoefening van een in het eerste lid genoemde bevoegdheid; Het behandelen van bezwaarschiften die zijn gericht tegen een krachtens het mandaat genomen besluit ter uitoefening van een in het eerste lid genoemde bevoegdheid; het verrichten van feitelijke handelingen die direct samenhangen met de uitoefening van de bevoegdheden genoemd in het eerste lid en in het tweede lid, onder a, b en c. 3. Er kan ondermandaat worden verleend.

Rechtspraak bij dit artikel