Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 37

Voorschrift Gezichtsveld

Onderdeel van Beleidsregel nationale goedkeuring mobiele machines 2026· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026

Versie 1 januari 2025 Basis Verordening (EU) 2015/208 bijlage VII tot en met wijziging Verordening (EU) 2020/540 Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van: 1 januari 2025 Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring: Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van: 1 januari 2021 Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot: Goedkeureis Typegoedkeuring Algemeen Als voor het voldoen aan de eisen gebruik moet worden gemaakt van middelen voor indirect zicht moet het mogelijk zijn om een wegpilon te kunnen onderscheiden van de omgeving op de cirkel met 12,00 m radius of binnen de begrenzing van het omschreven zichtveld. De afmetingen van de hier benoemde wegpilon moet voldoen aan ISO 3888:2-2011. In het geval er gebruik gemaakt wordt van inrichtingen voor indirect zicht hoeven deze niet verplicht te zijn voorzien van een goedkeuringsmerk, klasse-aanduiding en extra symbool. De onderdelen moeten afdoende identificeerbaar zijn. Voor zover van toepassing worden de in een norm gestelde eisen, testprocedure en criteria ook voor een mobiele machine die breder is dan 2,55 m toegepast. Individuele goedkeuring Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. Echter in afwijking van bovenstaande is het niet noodzakelijk dat de toegepaste onderdelen identificeerbaar zijn. Typegoedkeuring en individuele goedkeuring Gezichtsveld bestuurder naar voren en naar de zijkant (op een halve cirkel met 12,00 m radius) Het gezichtsveld van de bestuurder naar voren en naar de zijkant moet voldoen aan punt 1 van de Verordening (EU) 2015/208, bijlage VII, met uitzondering van hetgeen is vermeld over de ruitenwissers. Voor wat betreft het gestelde in de vermelde ISO-norm 5721-1:2013 zijn de volgende punten uitgezonderd: punt 5.1.2, laatste alinea (afschermingen buiten 9,50 m midden sector); en punt 5.1.4. (eisen ruitenwisser). Binnen de 9,50 m sector recht naar voren mogen maximaal twee maskingeffecten optreden die elk niet breder zijn dan 0,70 m. Buiten de 9,50 m sector mogen aan elke zijde maximaal twee maskingeffecten voorkomen die elk niet breder zijn dan 1,50 m of: wanneer de maximumconstructiesnelheid van de mobiele machine ≤ 25 km/h is mag één maskingeffect op de 12,00 m cirkel links en één maskingeffect op de 12,00 m cirkel rechts buiten 9,50 m sector zijn vergroot tot 5,50 m op voorwaarde dat het aansluitende vrije-zichtgebied op de halve cirkel minimaal 1,30 m breed is; of wanneer de maximumconstructiesnelheid van de mobiele machine > 25 km/h is mag één maskingeffect op de 12,00 m cirkel links en één maskingeffect op de 12,00 m cirkel rechts buiten 9,50 m sector zijn vergroot tot 4,50 m op voorwaarde dat het aansluitende vrije-zichtgebied op de halve cirkel minimaal 1,30 m breed is. Afhankelijk van de maximumconstructiesnelheid van de mobiele machine mag de positie van de ogen van bestuurder in horizontale richting zowel links als rechts maximaal worden verplaatst als aangegeven om het maskingeffect te minimaliseren. Maximumconstructiesnelheid Maximum zijwaartse verplaatsing naar elke zijde ≤ 25 km/h 170 mm ≤ 50 km/h 100 mm > 50 km/h 50 mm Het vereiste zicht buiten de 9,5 m sector mag worden behaald met direct of met combinatie met indirect zicht daarvan. Zichtafscherming veroorzaakt door de aanwezigheid van een achteruitkijkspiegel blijven buiten beschouwing wanneer deze constructief niet anders kan worden aangebracht. Het gezichtsveld van de bestuurder naar voren en naar de zijkant op de cirkel met 12,00 m radius wordt geacht te voldoen indien kan worden aangetoond dat dit voldoet aan: ISO 5721-1:2013; ISO 5006:2006; ISO 5006:2017; ISO 15830:2012; of ISO 13564-1:2012 Gezichtsveld bestuurder naast de mobiele machine Het gezichtsveld van de bestuurder naast de mobiele machine moet voldoen aan de gezichtsvelden beschreven in punt 2 van Verordening (EU) 2015/208, bijlage VII. Het vereiste zicht mag worden behaald met direct of indirect zicht of een combinatie daarvan. Eén afscherming in elk zichtveld naast de mobiele machine is toegestaan op voorwaarde dat deze afscherming nergens een ronde schijf met een diameter van 300 mm geheel aan het zicht onttrekt. Het gezichtsveld van de bestuurder naast de mobiele machine wordt geacht te voldoen indien kan worden aangetoond dat dit voldoet aan: ISO 5721-2:2014; ISO 5006:2006; ISO 5006:2017; ISO 15830:2012; ISO 13564-1:2012; of VN/ECE-reglement Nr. 46 tot en met supplement 01 op wijzigingenreeks 03. Gezichtsveld bestuurder naar achter Het gezichtsveld van de bestuurder naar achter moet voldoen aan de Regeling voertuigen, artikel 5.7a.45, met uitzondering van de leden 3 en 4. Het gezichtsveld van de bestuurder naar achter wordt geacht te voldoen, indien kan worden aangetoond dat dit voldoet aan: ISO 5721-2:2014; ISO 5006:2006; ISO 5006:2017; of VN/ECE-reglement Nr. 46 tot en met supplement 01 op wijzigingenreeks 03. Wijze van keuren Visuele controle en/of meten. Visuele controle, door een persoon van gemiddeld gestalte die op gebruikelijke wijze zit of staat, waarbij een aanwezige zitplaats in de juiste rijstand is afgesteld. Gezichtsveld naar voren en naar de zijkant Vanuit een punt op de grond recht onder de oogpunten van de bestuurder wordt een halve denkbeeldige cirkel getrokken met een radius van 12,00 m. De afmeting van een zichtafscherming (maskingeffect) op de cirkel met 12,00 m radius wordt gemeten in een rechte lijn tussen de uiterste punten van het maskingeffect op die cirkel. Gezichtsveld bestuurder naast de mobiele machine Het is toegestaan dat de persoon zich vanuit gebruikelijke zit- of sta-positie maximaal 170 mm heen en weer verplaatst. Gezichtsveld bestuurder naar achter De wijze van keuren als vermeld in de Regeling voertuigen artikel 5.7a.45 van toepassing zijnde lid wordt gehanteerd. Toelichting –

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel