Bij het verdelen van de instroomplaatsen over individuele zorgaanbieders houdt de NZa zich aan de maximale instroomaantallen, fte en criteria zoals opgenomen in de aanwijzing van de Minister van VWS 19 mei 2026 met kenmerk 4380551-1098043-PZo. Hierbij betrekt de NZa de toewijzingsvoorstellen van TOP Opleidingsplaatsen en Stichting BOLS. Voor de opleidingen tot huisarts, specialist ouderengeneeskunde, arts voor verstandelijk gehandicapten en verslavingsarts baseert de NZa zich op de instroomaantallen in voornoemde aanwijzing. Vervolgens kent de NZa deze instroomplaatsen toe aan de individuele zorgaanbieders.
Bij het berekenen van de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage worden de instroomplaatsen voor (medisch) specialisten van vooropleidingen en opleidingen met een vooropleiding niet meegenomen. Instroomplaatsen van vooropleidingen en opleidingen met een vooropleiding worden achteraf gefinancierd, zie hiervoor artikel 10.1 sub c.
De NZa verleent op aanvraag een beschikbaarheidbijdrage voor doorstroomplaatsen (medisch) specialist volgens de overzichten van de registratiecommissies met peildatum 31 oktober van jaar t-1. Voor de opleidingen genoemd in artikel 1.2 sub e geldt dat de NZa de doorstroomplaatsen verleent op basis van de overzichten van de CRT van de FGzPt.
Bij het berekenen van de hoogte van de beschikbaarheidbijdrage wordt voor de (medisch) specialist in opleiding of de medisch beroepsbeoefenaar in dienst bij het Ministerie van Defensie een correctie toegepast voor een salariscomponent.
De totale beschikbaarheidbijdrage waar een zorgaanbieder recht op heeft, wordt berekend aan de hand van de vergoedingsbedragen die de NZa van de minister ontvangt. Bij de berekening van de beschikbaarheidbijdrage wordt rekening gehouden met de staffel, zoals omschreven in artikel 6, tweede lid, van de aanwijzing2De aanwijzing van 17 september 2012, MC-U-3131142..
In afwijking van artikel 6.5 wordt voor een aantal opleidingen de beschikbaarheidbijdrage waar de zorgaanbieder recht op heeft, berekend aan de hand van de vergoedingsbedragen die de NZa heeft vastgesteld. Het betreft de volgende opleidingen:
De ggz-opleidingen tot: gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut, klinisch psycholoog, klinisch neuropsycholoog, psychiater in de ggz, klinisch geriater in de ggz, verpleegkundig specialist in de ggz en verslavingsarts.
De opleidingen tot arts voor verstandelijk gehandicapten, huisarts en specialist ouderengeneeskunde.
De opleiding tot sportarts
Deze vergoedingsbedragen staan in Bijlage 1 van deze beleidsregel.
Voor de opleidingen zoals genoemd in artikel 6.6 sub a met uitzondering van de opleiding tot verslavingsarts wordt bij de berekening van de beschikbaarheidbijdrage rekening gehouden met een staffel. De staffel geldt per opleiding op basis van het aantal fte opleidingen. Indien sprake is van een juridische fusie als bedoeld in artikel 4.8 eerste lid, die plaatsvindt voor of op 1 januari van jaar t, wordt de staffel in jaar t op de gefuseerde zorgaanbieder als bedoeld in dat artikel toegepast. Indien sprake is van een overname, zonder dat sprake is van een juridische fusie in de zin van artikel 2:309 BW, gaat de NZa voor de verlening en vaststelling uit van de afzonderlijke opleidende zorgaanbieders en wordt de staffel in jaar t naar rato toegepast op de opleidende zorgaanbieders gezamenlijk indien de overname voor of op 1 januari van jaar t heeft plaatsgevonden. Heeft de overname na 1 januari in jaar t plaatsgevonden dan is de staffel in jaar t+1 op gelijke wijze van toepassing. Vervolgens wordt de beschikbaarheidbijdrage per rato aan de opleidende zorgaanbieders afzonderlijk toegekend. Hierbij wordt gebruik gemaakt van 3 staffels:
Staffel
1
0 tot en met 10 fte opleidelingen
2
Vanaf 10 tot en met 23 fte opleidelingen
3
Vanaf 23 fte opleidelingen
De NZa indexeert deze vergoedingsbedragen jaarlijks met de door VWS aangegeven percentages.
Artikel 6
Berekening verlening beschikbaarheidbijdrage – vervolgopleidingen tot (medisch) specialist
Onderdeel van Gewijzigde Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2025· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 3 juli 2026