De opleidende zorgaanbieder moet vóór 1 juni van jaar t+1 de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage bij de NZa aanvragen.
Volgens het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’ is iedere opleidende zorgaanbieder die een verleningsbeschikking heeft ontvangen met een bedrag van € 125.000 of meer, bij de aanvraag tot vaststelling verplicht een door een accountant opgesteld assurance-rapport mee te leveren.3De NZa publiceert elk jaar voor het uitvoeren van de controle en het opstellen van een assurance-rapport door de accountant een Accountantsprotocol beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen op https://puc.overheid.nl/nza. Het bedrag aan ziekenhuisopleidingen in de aanvraag telt niet mee voor deze grens.
In afwijking van artikel 5.2.4 en 5.2.5 van het ‘Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa’ controleert de NZa de aanvragen van opleidende zorgaanbieders waaraan een beschikbaarheidbijdrage is verleend van een bedrag minder dan € 125.000 (exclusief ziekenhuisopleidingen). De NZa raadpleegt hiervoor de opleidingsoverzichten van desbetreffende registratiecommissies. Voor de opleidingen genoemd in artikel 1.2 sub e geldt dat de NZa de opleidingsoverzichten van de CRT van de FGzPt raadpleegt. Wanneer de NZa significante afwijkingen constateert, neemt de NZa contact op met de zorgaanbieder. Indien de NZa het nodig acht heeft zij de bevoegdheid alsnog een assurance-rapport op te vragen bij de zorgaanbieder.
De beschikbaarheidbijdrage kan lager worden vastgesteld als:
De activiteiten waarvoor de beschikbaarheidbijdrage is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden.
De zorgaanbieder niet heeft voldaan aan de verplichtingen die zijn verbonden aan de beschikbaarheidbijdrage zoals opgenomen in de verleningsbeschikking en deze beleidsregel.
De zorgaanbieder onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste en volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot verlening zou hebben geleid.
De verlening van de beschikbaarheidbijdrage anderszins onjuist was en de zorgaanbieder dit wist of dit behoorde te weten.
De NZa kan gegevens van de registratiecommissies raadplegen voor de eigen controle van de aanvragen voor vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage. Voor de opleidingen genoemd in artikel 1.2 sub e geldt dat de NZa de opleidingsoverzichten van de CRT van de FGzPt kan raadplegen. De NZa kan op basis van deze gegevens van de registratiecommissies de beschikking aanpassen.
Artikel 9
Vaststelling
Onderdeel van Gewijzigde Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2025· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 3 juli 2026