**1.** Bij de certificeringsaanvraag voor een bijscholingscursus moet een bestand van het aan deelnemers uit te reiken lesmateriaal worden meegestuurd (artikel 2 lid 2, sub e van deze beleidsregel). Dit kan een lesstofsyllabus (hand-out) zijn of lesstofsyllabus in combinatie met een PowerPoint. Het is niet toegestaan alleen een PowerPointpresentatie aan te leveren; er moet hoe dan ook een hand-out aangeleverd worden. Aan het lesmateriaal worden de volgende eisen gesteld:
Alle leerdoelen moeten behandeld zijn. Voor wat betreft omvang en diepgang moet het lesmateriaal blijk geven van voldoende dekking van de leerdoelen;
De gekozen werkvormen moeten passen bij de leerdoelen;
De hand-out dient een samenvatting te zijn van wat in de cursus wordt behandeld, met aandacht voor alle hoofdpunten van de leerstof, zodat de deelnemer dit als naslagwerk zelfstandig na afloop van de cursus kan raadplegen of bestuderen. Aanvullende documentatieteksten, zoals bijvoorbeeld een SWOV-factsheet of tekst van regelgeving, zijn toegestaan.
De hand-out moet een leesbare opzet en indeling hebben: een overzichtelijke inhoudsopgave, paginanummers, korte inleidingen per hoofdstuk, waar nodig tussenkopjes en een consequente lay-out.
Als een cursus opdrachten bevat, maken deze deel uit van het lesmateriaal en dienen ze ook ter beoordeling bij de aanvraag voor het certificaat aangeleverd te worden.
Het lesmateriaal mag zelf ontwikkeld zijn, maar dit is niet verplicht. Wel dient het lesmateriaal een duidelijke bronvermelding te hebben:
Website: verwijzen naar de concrete geraadpleegde pagina(s), dus niet cbr.nl, maar cbr.nl/jaarverslag/...(enz.).
Boek: auteur, titel, jaartal uitgave.
Tijdschrift: naam tijdschrift, auteur, titel artikel, jaargang en nummer.
Als lesmateriaal deels of geheel is overgenomen van een andere ontwikkelaar/aanbieder, is het alleen mogelijk om dit materiaal te gebruiken indien daarvoor toestemming is verkregen.
Bij het lesmateriaal moet de aan het einde van de cursus af te nemen toets toegevoegd zijn (het evaluatiemoment). Dit mag alleen een meerkeuzevragentoets van ten minste 10 vragen zijn. Elke vraag dient drie antwoordmogelijkheden te hebben, waarvan één antwoord juist is. In de toets moeten zoveel mogelijk leerdoelen worden getoetst en moeten de toetsvragen een zodanig niveau hebben dat deze alleen beantwoord kunnen worden als de cursus daadwerkelijk inhoudelijk is gevolgd.
Hoofdstuk 3
Artikel 9
Aanvullende voorwaarden aan het lesmateriaal en het evaluatiemoment
Onderdeel van Beleidsregel Exameninstituut IBKI certificering bijscholingen en bijlessen (2026)· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 6 juli 2026