Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Aanvrager

Onderdeel van Deelregeling Interdisciplinair Individu· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 8 juli 2026

1. De aanvrager is een natuurlijk persoon met een professionele interdisciplinaire praktijk van minimaal één jaar. Daarbij geldt: Indien de aanvrager een hbo-bacheloropleiding gericht op een kunstdiscipline heeft afgerond, wordt de diplomadatum beschouwd als start van de professionele beroepspraktijk. Wanneer een periode tussen de diplomadatum van de hbo- bacheloropleiding gericht op een kunstdiscipline en de start van de masteropleiding zit, wordt deze periode meegerekend als onderdeel van de professionele beroepspraktijk. Indien de aanvrager geen hbo-bacheloropleiding gericht op een kunstdiscipline heeft afgerond, wordt het moment waarop de aanvrager voor het eerst zijn praktijk heeft gepresenteerd binnen een relevant kunstcircuit beschouwd als de start van de professionele beroepspraktijk. 2. Een periode waarin de aanvrager een masteropleiding volgt telt niet mee voor de duur van de professionele beroepspraktijk. De periode van deelname aan postdoctorale opleidingen en programma’s van postacademische instellingen, zoals de Rijksakademie, de Ateliers, de Jan van Eyck, EKWC of Das Arts, wordt wel beschouwd als onderdeel van de professionele beroepspraktijk. 3. Uit het aangeleverde cv blijkt dat de aanvrager op het moment van aanvragen artistiek inhoudelijk actief is als interdisciplinair maker en als zodanig zichtbaar is in de professionele praktijk van de desbetreffende disciplines in Nederland en/of het Caribisch deel van het Koninkrijk. 4. Subsidie wordt niet verstrekt aan aanvragers die op het moment van aanvragen of tijdens de looptijd van de subsidie onderwijs volgen aan instellingen, zoals bachelor-, master- of postdoctorale opleidingen. Dit geldt ook voor deelname aan programma’s van postacademische instellingen en PhD trajecten. Tenzij het een deeltijdopleiding betreft, niet zijnde een bachelor, van minder dan twintig uur per week. 5. Het verzamelinkomen van de aanvrager mag in de periode waarvoor wordt aangevraagd niet hoger zijn dan € 55.000. 6. De aanvrager waarvan de aanvraag is afgewezen, kan binnen 12 maanden geen nieuwe aanvraag indienen binnen deze regeling.

Rechtspraak bij dit artikel