**1.** De ingezonden aanvraag met bijlagen wordt door medewerkers van het Mondriaan Fonds getoetst op volledigheid en aan de formele voorwaarden.
**2.** Indien de aanvraag volledig is en aan alle formele voorwaarden voldoet wordt de aanvraag voorgelegd aan de adviescommissie die beoordeelt of er sprake is van een professionele interdisciplinaire praktijk van minimaal één jaar. Indien daarvan geen sprake is, brengt de adviescommissie een negatief advies uit.
**3.** Indien de aanvraag voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste en tweede lid, beoordeelt de adviescommissie, met inachtneming van achtergrond en context van de praktijk, de aanvraag aan de hand van onderstaande criteria, waarbij een score wordt toegekend op een schaal van 1 tot en met 10:
de kwaliteit en ontwikkeling van het oeuvre
Is sprake van een onderscheidende artistieke visie en komt deze overtuigend tot uitdrukking in eerder gerealiseerd werk?
Blijkt uit de kwaliteit van het werk tot nu toe potentie of opvallend talent om van belang te zijn of te worden voor het culturele veld?
de kwaliteit van het cultureel ondernemerschap
Zet de aanvrager zich er op overtuigende wijze voor in dat de intenties van het werk begrepen en gewaardeerd worden? En leidt dit tot een toename van zichtbaarheid van de praktijk binnen een relevant cultureel circuit?
**4.** De adviescommissie stelt op basis van de criteria, bedoeld in het derde lid, een gewogen tussenoordeel vast. Hierbij wordt de beoordeling voor het criterium ‘de kwaliteit en ontwikkeling van het oeuvre’ met een factor drie ten opzichte van het criterium ‘de kwaliteit van het cultureel ondernemerschap’ gewogen.
**5.** Indien het tussenoordeel lager is dan een 6, wordt de beoordeling beëindigd en brengt de adviescommissie een negatief advies uit.
**6.** Indien het tussenoordeel een 6 of hoger is, beoordeelt de adviescommissie tevens de kwaliteit van het plan en de manier waarop de aanvrager publiek voor het werk probeert te vinden:
Draagt het werkplan bij aan de artistieke ontwikkeling en de ontwikkeling van het cultureel ondernemerschap van de aanvrager?
Blijkt uit het plan voldoende dat het werk en/of werkproces wordt gepresenteerd aan relevante professionals en/of publiek?
Heeft het plan een onderscheidende vorm, in de combinatie van diverse disciplines, ten opzichte van andere aanvragen binnen deze regeling?
**7.** Voor het subcriterium bedoeld in het zesde lid, onder iii, kan ieder commissielid afzonderlijk een pre toekennen. De pre leidt tot een verhoging van de gemiddelde score voor het criterium bedoeld in het zesde lid met maximaal 0,3 punt. De verhoging wordt naar rato vastgesteld op basis van het aantal commissieleden dat een pre heeft toegekend.
**8.** De adviescommissie stelt op basis van de criteria, bedoeld in het derde en zesde lid, een gewogen eindoordeel vast. Daarbij wordt het criterium “kwaliteit en ontwikkeling van het oeuvre” met een factor drie gewogen ten opzichte van de overige beoordelingscriteria.
**9.** Indien het eindoordeel een 6 of hoger is, brengt de adviescommissie een positief advies uit. Indien het eindoordeel lager is dan een 6, brengt de adviescommissie een negatief advies uit.
**10.** Voor de toepassing van deze regeling worden scores afgerond op gehele getallen, waarbij decimalen van 0,96 of hoger worden afgerond naar het eerstvolgende gehele getal.
**11.** Voor de leesbaarheid worden de scores in het uiteindelijke advies omgezet in de volgende woorden: 1. t/m 3. ruim onvoldoende, 4. onvoldoende, 5. net onvoldoende, 6. voldoende, 7. ruim voldoende, 8. goed, 9. zeer goed en 10. uitmuntend.
Artikel 8
Beoordeling
Onderdeel van Deelregeling Interdisciplinair Individu· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 8 juli 2026