**1.** Het mandaat wordt niet of op een hoger niveau uitgeoefend indien overwegingen van principiële aard een rol spelen of indien zich bijzondere omstandigheden voordoen.
**2.** De directeur-generaal, de directeur en het unithoofd kunnen ten aanzien van de uitoefening van het mandaat aanwijzingen geven aan de aan hen ondergeschikte ambtenaren. Deze aanwijzingen worden in acht genomen.
Artikel 13
Uitzonderingen en aanwijzingen
Onderdeel van Mandaatbesluit (bijzondere) bevoegdheden AIVD 2026· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 11 juli 2026