**1.** Binnen vier maanden na eerste openbaarmaking van de filmproductie dient de ontvanger van de subsidie een aanvraag tot vaststelling in, tenzij een andere termijn is vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst. Indien deze termijn wordt overschreden, is het bestuur bevoegd de verleende subsidie ambtshalve vast te stellen.
**2.** De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van de in artikel 17 en in de uitvoeringsovereenkomst genoemde bescheiden.
**3.** De ontvanger van de subsidie is verplicht op verzoek van het Fonds alle overige bescheiden en inlichtingen te verstrekken die het Fonds noodzakelijk acht voor het vaststellen van de subsidie.
**4.** De ontvanger van de subsidie draagt er zorg voor dat zijn accountant medewerking verleent aan een eventueel onderzoek door of vanwege het Fonds naar de door de accountant van de aanvrager verrichte (controle) werkzaamheden. De kosten die zijn gemoeid met de medewerking van de accountant, komen voor rekening van de ontvanger van de subsidie.
**5.** Het bestuur stelt de hoogte van de subsidie op grond van de aantoonbaar in Nederland bestede en kwalificerende productiekosten uiterlijk 22 weken na de in het eerste lid bedoelde indieningtermijn vast. Het bedrag waarop de subsidie wordt vastgesteld kan niet hoger zijn dan het bedrag van de verleende subsidie.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Paragraaf
Artikel 18
Artikel 18
Onderdeel van Reglement Stimuleringsmaatregel Filmproductie in Nederland van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026