Naar hoofdinhoud

Paragraaf

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Reglement Stimuleringsmaatregel Filmproductie in Nederland van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026

1. Uitsluitend aanvragen voor filmproducties, die voldoen aan de gestelde voorwaarden van dit reglement en het vereiste minimumaantal punten behalen op grond van het puntensysteem komen in aanmerking voor een subsidie. Het vereiste minimumaantal punten wordt jaarlijks, voor het daarop volgende kalenderjaar, door het bestuur vastgesteld en gepubliceerd op de website van het Fonds www.filmfonds.nl. 2. Uitsluitend aanvragen voor speelfilms en animatiefilms waarvan de productiekosten tenminste 1.000.000 euro bedragen komen in aanmerking voor een subsidie. Indien de aanvraag een documentairefilm betreft, bedragen de productiekosten tenminste 250.000 euro. De (extra) kosten ter verduurzaming van het productieproces vallen onder productiekosten. 3. Uitsluitend aanvragen voor filmproducties met een bioscoopuitbreng in tenminste Nederland dan wel, in het geval van een minoritaire coproductie, zoals een internationale coproductie, een bioscoopuitbreng in het land van de hoofdproducent en daarnaast een (non) theatrical release in Nederland, komen in aanmerking voor een subsidie. 4. Een subsidie op grond van dit reglement wordt uitsluitend verleend ter tegemoetkoming in de productiekosten die kwalificeren volgens de kwalificatietoets en aantoonbaar in Nederland zijn besteed en indien deze tenminste 150.000 euro voor een speel- of animatiefilm of 100.000 euro vooreen documentairefilm bedragen. 5. Alle in dit reglement genoemde subsidies en productiekosten zijn exclusief BTW. 6. Een subsidie kan verder slechts op grond van dit reglement worden verstrekt, indien naar het oordeel van het bestuur: door de aanvrager voldoende is aangetoond dat de filmproductie onafhankelijk is. Een filmproductie is onafhankelijk indien deze als zodanig kwalificeert volgens de onafhankelijkheidstoets; de subsidie dient ter dekking van de kosten bij de totstandkoming van de filmproductie voor zover deze kosten niet reeds door een derde partij worden gedekt; aannemelijk is dat verlening van de subsidie noodzakelijk is voor de totstandkoming van de filmproductie; aannemelijk is dat de filmproductie overeenkomstig het in artikel 2, eerste lid, neergelegde doel gerealiseerd kan worden conform de in de aanvraag begrote uitgaven en dat de begrote uitgaven redelijk, kostenefficiënt en marktconform zijn; het bij de aanvraag overgelegde financieringsplan haalbaar en solide is en waaruit blijkt dat tenminste twee, niet aan elkaar gelieerde financiers, naast het Fonds bijdragen aan de financiering van de filmproductie; voldoende vertrouwen bestaat dat het filmplan naar behoren zal worden uitgevoerd; de filmproductie waarvoor een subsidie wordt gevraagd ten tijde van verlening van de subsidie niet reeds geheel of gedeeltelijk in productie is gegaan of in openbaarheid is gebracht; de subsidie niet ter dekking dient van kosten die zijn gemaakt in de periode van ontwikkeling; in geval de aanvraag betreft een internationale coproductie, deze voldoet aan de definitie in artikel 1; aannemelijk is dat de aanvrager aan de in dit reglement vermelde verplichtingen kan voldoen; de brede publiekstoegang en zichtbaarheid via meerdere eindexploitanten gegarandeerd zijn; 50% van de benodigde financiering van de productiekosten reeds bij aanvraag onvoorwaardelijk en aantoonbaar is toegezegd door derden in de vorm van bestuursbesluiten en/of schriftelijke financiële toezeggingen van derden; de aanvrager beschikt over de exclusieve (optie op de) verfilmings- en exploitatierechten die noodzakelijk zijn voor de realisering en exploitatie van de filmproductie. In het geval van een minoritaire coproductie beschikt de hoofdverantwoordelijke buitenlandse coproducent over de noodzakelijke rechten voor de realisering en vertoning van de filmproductie en wordt de exploitatie en vertoning voor tenminste Nederland gegarandeerd; in geval de aanvraag een internationale (co)productie betreft, de aanvrager (in beginsel) zal beschikken over de distributierechten voor tenminste Nederland; de aanvrager verantwoordelijk is voor de creatieve en productionele totstandkoming van de filmproductie; 7. Het bestuur kan naar aanleiding van een gemotiveerd en schriftelijk verzoek van de aanvrager besluiten ontheffing te verlenen van het in het zesde lid onder g.) vereiste dat een productie nog niet in productie is gegaan indien de aanvrager aantoont dat: de volledige financiering onvoorwaardelijk gegarandeerd is; de andere betrokken financiers instemmen met een eventuele wijziging van het door hen goedgekeurde financieringsplan indien een subsidie op grond van dit reglement wordt verleend; de eventuele subsidie op grond van dit reglement niet kan leiden tot overfinanciering van een filmproductie. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel