**1.** Aan een landelijke publieke mediadienst die op 31 december 2024 beschikte over een verenigingsvermogen van meer dan € 1,5 miljoen, kan een bijdrage worden verstrekt van ten hoogste 50% van de frictiekosten van de desbetreffende mediadienst. De reserve media-aanbod wordt buiten beschouwing gelaten.
**2.** Aan een landelijke publieke mediadienst die op 31 december 2024 beschikte over een verenigingsvermogen van € 1,5 miljoen of minder of die een stichting is, kan een bijdrage worden verstrekt van ten hoogste 100% van de frictiekosten van de desbetreffende mediadienst.
**3.** Bij de bepaling van de hoogte van de bijdrage in de frictiekosten van de landelijke publieke mediadiensten geldt het volgende:
de totale hoogte van de bijdrage in de frictiekosten van de landelijke publieke mediadiensten gezamenlijk kan het bedrag van € 50 miljoen niet overschrijden;
indien het totale bedrag van de ingediende aanvragen voor de landelijke publieke mediadiensten bedoeld in het eerste en tweede lid gezamenlijk hoger is dan € 50 miljoen, dan wordt eerst aan de landelijke publieke mediadiensten, bedoeld in het tweede lid, een bijdrage verleend;
de resterende middelen worden vervolgens ingezet ten behoeve van de landelijke publieke mediadiensten, bedoeld in het eerste lid, waarbij indien het totale bedrag van de ingediende aanvragen van de landelijke publieke mediadiensten, bedoeld in het eerste lid, de resterende middelen overschrijdt, bijdragen naar rato worden verleend; en
indien het totale bedrag van de ingediende aanvragen voor de landelijke publieke mediadiensten, bedoeld in het tweede lid, hoger is dan de beschikbare € 50 miljoen, dan worden de bijdragen naar rato verleend uitsluitend aan de landelijke publieke mediadiensten bedoeld in het tweede lid.
Artikel 10
Berekening van de hoogte van de bijdrage in de frictiekosten
Onderdeel van Beleidsregel frictiekosten 2025–2028· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 15 juli 2026