Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Beleidsregelwaarden voor tariefvaststelling

Onderdeel van Beleidsregel prestatiebeschrijvingen en tarieven gespecialiseerde zorg Wlz 2026· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 16 juli 2026

1. Tarieven De NZa stelt de tarieven in een tariefbeschikking vast op de bedragen zoals vermeld in artikel 6 (beleidsregelwaarden). De tarieven die de NZa vaststelt op basis van deze beleidsregel zijn maximumtarieven. Een maximumtarief is een tarief dat ten hoogste in rekening mag worden gebracht. Bij het maken van productieafspraken kunnen de Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor en de zorgaanbieder lagere tarieven afspreken. 2. Aanvaardbare kosten De gehonoreerde productieafspraak met betrekking tot de prestaties en beleidsregelwaarden zoals vermeld in deze beleidsregel maken onderdeel uit van de aanvaardbare kosten. 3. Opbouw beleidsregelwaarden De onderbouwing van de rekenmethode die gehanteerd wordt door de NZa om tot de intramurale beleidsregelwaarden te komen, is hieronder uiteengezet: De beleidsregelwaarden worden gebaseerd op de inzichten en kosten van zorgaanbieders die een expertisecentrum zijn of willen worden. Deze zorgaanbieders vertalen het document Toetsingskader criteria Commissie Expertisecentra langdurige zorg (CElz) naar implementatieplannen waaraan de zorgverlening moet voldoen. Hierbij ontwikkelt men per doelgroep een gezamenlijke zienswijze op de te leveren zorg en houdt men rekening met wat mogelijk is. Vervolgens worden de belangrijkste kostendrijvers benoemd en mutaties hierop in kaart gebracht zoals: Verpleegkundig, opvoedkundig en verzorgend (vov) personeel op de groep en hun deskundigheid (alle doelgroepen); De inzet van behandelpersoneel en hun deskundigheid (alle doelgroepen); Inventaris en kapitaallasten. Loonkosten vov-personeel en behandelaren: De gewenste functies (vov 1 t/m 6 en behandelaren) worden gekoppeld aan FWG- salarisschalen en periodieken. De periodieken staan doorgaans voor de ervaringsjaren van medewerkers. Het zorgpersoneel wordt niet in de hoogste trede (100%) geplaatst, maar veelal wel hoger dan 75%. De te presteren tijd ten opzichte van de prestatie (voor gespecialiseerde zorg met verblijf direct en indirect cliëntgebonden tijd/bruto tijd). Als basis wordt veelal het rapport HHM Eindrapportage Onderzoek parameterwaarden Zorgzwaartepakketten – Nederlandse Zorgautoriteit (overheid.nl) van oktober 2013 genomen voor wat betreft de tijdsbesteding van behandelaren en vov/DB personeel (pagina 5 t/m 8). Vervolgens wordt de afwijking in kaart gebracht waarbij rekening wordt gehouden met: (extra) opleidingstijd, scholingstijd, intervisietijd van het personeel in dienst (alle doelgroepen) zodat zorgverleners vakbekwaamheid kunnen opbouwen; de bijdrage van het personeel aan het becommentariëren van concept stukken/plannen van het kenniscentrum (feitelijk schrijven stukken wordt bekostigd door het kenniscentrum) en het samenwerken met hbo en academische onderzoeksorganisaties (wetenschappelijk toegepast of fundamenteel onderzoek en onderwijs verlenen is geen onderdeel van het tarief); het maximale ziekteverzuim op basis van de informatie van het CBS over ziekteverzuim voor categorie 87, vv, ghz en ggz gedurende de laatste vier kwartalen; enige voor- en of nazorg bij opname en ontslag van cliënten (alle doelgroepen). De opslag overhead wordt gebaseerd op de Benchmark Care van Berenschot. Als uitgangspunt wordt het 1e kwartiel genomen. Bij de doelgroep LBS wordt rekening gehouden bij beide prestaties met een bedrag per dag per cliënt voor het inschakelen van een mobiel expertteam omdat deze (ingehuurde) zorg via onderlinge dienstverlening wordt bekostigd. Bij de doelgroep NAH+ of NAH++ wordt rekening gehouden met een bedrag per dag voor de beveiliging. Bij de doelgroep MS+ worden de onderstaande componenten niet verdisconteerd in het tarief en worden op een andere wijze bekostigd: De extreme kosten van geneesmiddelen en extreme kosten van zorggebonden materiaal worden bekostigd via de methodiek zoals beschreven in de Beleidsregel overige kosten Wlz. De bekostiging van cliënten met MS+ die chronische ademhalingsondersteuning behoeven, vindt geheel plaats via de prestaties in de Beleidsregel prestatiebeschrijvngen en tarieven zorgzwaartepakketten en volledig pakket thuis (zzp en toeslag). De complexe of aangemeten rolstoelen en andere hulpmiddelen die zijn uitgesloten van de prestatie en tariefregulering door de NZa. Voor de doelgroepen Huntington, Korsakov, GP+, MS+ en NAH+ wordt uitgegaan van een bezetting van 97% (met in achtneming van de geldende regels rondom declaratie bij aan- en afwezigheid van de cliënt). De bezettingsgraad in een DEC bij de doelgroep LBS is als gevolg van de onvoorspelbare uitkomst van vroege intensieve neurorevalidatie 85% en de bezettingsgraad van een REC is 95% als gevolg van de zeer beperkte doelgroep en het gewenste zorglandschap. Voor de doelgroep D-zep wordt voor beide prestaties een bezettingsgraad van 88% toegepast omdat cliënten maximaal 1 jaar, maar in de praktijk vaak korter aanwezig zijn. Inventaris en kapitaallasten: De NHC en NIC bedragen worden overgenomen van de zzp prestaties inclusief behandeling inclusief dagbesteding. Alleen bij de DEC prestatie voor LBS wordt de NIC opgehoogd voor specifieke voorzieningen zoals beschreven in de prestatiebeschrijving (innowalk, totosysteem etc.); Om dezelfde redenen als hierboven vermeld bij de loonkosten wordt in sommige gevallen afgeweken van het bezettingspercentage vermeld in de beleidsregel normatieve huisvestigingscomponent en normatieve inventariscomponent geestelijke gezondheidszorg, forensische zorg en langdurige zorg; In de volgende tabel wordt per afzonderlijke prestatie aangegeven van welke zzp prestatie de NHC en NIC component worden overgenomen, een eventuele aanpassing van het basisbedrag en het bezettingspercentage dat bij de berekening wordt toegepast. Doelgroep DEC REC NHC NIC Bezetting % NHC NIC Bezetting % Korsakov VV7 VV7 97 VV7 VV7 97 Huntington VV8 VV8 97 VV8 VV8 97 LBS VV8 VV8 + extra 85 VV8 VV8 95 GP+ VV7 VV7 97 VV7 VV7 97 D-zep VV7 VV7 88 VV7 VV7 88 MS+ LG6 LG6 97 LG6 LG6 97 NAH+ GGZ5 wonen GGZ5 wonen 97 LG6 LG6 97 NAH++ LG6 LG6 97 Voor de opbouw van de beleidsregelwaarden in loon, materieel, NIC en NHC wordt verwezen naar bijlage 1.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel