**1.** De minister stelt aan een Zvw-budgethouder een bedrag ter beschikking ten behoeve van de werkgeverslasten indien:
de Zvw-budgethouder met een zorgverlener een arbeidsovereenkomst heeft gesloten die vóór 1 januari 2026 is ingegaan en na die datum is voortgezet;
de Zvw-budgethouder zich na 31 december 2025 heeft aangemeld voor ondersteuning door de Sociale verzekeringsbank als bedoeld in artikel 13a, achtste lid, van de Zorgverzekeringswet;
de arbeidsverhouding tussen de Zvw-budgethouder en de zorgverlener op de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst ingevolge artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Werkloosheidswet, artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 6, eerste lid, onderdeel c, van de Ziektewet, artikel 5, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 niet als dienstbetrekking werd beschouwd;
de Sociale verzekeringsbank vanaf het moment van de aanmelding, bedoeld in onderdeel b, werkgeverslasten heeft ingehouden alsof die arbeidsverhouding wel als dienstbetrekking wordt beschouwd.
**2.** Bij het bepalen van de hoogte van het bedrag neemt de minister de bij de Sociale verzekeringsbank bekende inkomensgegevens van de zorgverlener over het jaar 2026 als uitgangspunt.
**3.** Het aan een Zvw-budgethouder ter beschikking gestelde bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt beheerd door de zorgverzekeraar van de Zvw-budgethouder.
Artikel 3
Compensatie van in 2026 bekend geworden budgethouders
Onderdeel van Beleidsregel compensatie Zvw-budgethouders (inhouding werkgeverslasten Zvw-pgb)· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 16 juli 2026