**1.** De minister verleent een uitkering als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, en artikel 3.1, eerste lid, en een aanvullende uitkering als bedoeld in artikel 3.1, derde lid, ambtshalve binnen acht weken nadat de mandaathouder aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 4.1 heeft voldaan, maar niet eerder dan 1 februari 2027.
**2.** De minister verleent een uitkering als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, ambtshalve uiterlijk op 1 februari 2027.
**3.** Het besluit tot verlening van een uitkering vermeldt in elk geval waarvoor de uitkering wordt verleend, het bedrag van de uitkering, de wijze van verantwoording, de periode waarvoor de uitkering wordt verleend en de wijze waarop het verrichten van de activiteiten kan worden aangetoond.
**4.** De minister verleent bij het besluit tot verlening van een uitkering een voorschot van 100% voor de jaren 2027, 2028 en 2029, dat in jaarlijkse termijnen wordt betaald.