**1.** Bij een splitsing wordt het basisbedrag als bedoeld in artikel 3, tussen de oorspronkelijke fractie en de nieuwgevormde fracties ofwel aan de hierbij behorende stichting of stichtingen, verdeeld naar rato van het aantal Kamerzetels van de betrokken fracties. Hierbij wordt, indien nodig, afgerond tot hele bedragen.
**2.** De oorspronkelijke fractie en de nieuwgevormde fractie of fracties hebben daarnaast aanspraak op een bedrag per Kamerzetel.
**3.** Bij een splitsing van een fractie die gebruik maakt van een stichting, worden alle vermogensbestanddelen van de stichting behorende bij de oorspronkelijke fractie, voor zover in redelijkheid mogelijk, verdeeld naar evenredigheid van het zeteltal van elk van de nieuwgevormde fracties in verhouding tot het zeteltal van de oorspronkelijke fractie. Hiertoe maakt het bestuur van de stichting behorende bij de oorspronkelijke fractie een tussentijdse vermogensopstelling op, als ware er sprake van een vereffening van de stichting. De vermogensopstelling wordt opgemaakt met inachtneming van de indeling en de waarderingsmethoden die in de laatst vastgestelde verantwoording zijn toegepast, tenzij daarvan gemotiveerd wordt afgeweken op de grond dat de actuele waarde belangrijk afwijkt van de boekwaarde. De stichting behorende bij de oorspronkelijke fractie draagt het aldus berekende, evenredige deel van de vermogensbestanddelen onverwijld over aan de fractie(s) of aan de stichting(en) behorende bij de nieuwgevormde fracties.
Artikel 8
Gevolgen van splitsing
Onderdeel van Regeling financiële ondersteuning fracties Eerste Kamer 2026· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 8 juli 2026