Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 16

Artikel 40

(bestuurlijke boete)

Onderdeel van Wet weerbaarheid kritieke entiteiten· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 15 augustus 2026

1. De bevoegde autoriteit kan een kritieke entiteit een bestuurlijke boete opleggen in geval van: overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van artikel 22; overtreding van het bepaalde in de op grond van artikel 13, zesde lid, van de CER-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie; overtreding van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. 2. De boete bedraagt ten hoogste: in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 15, 15a en 17 en het bepaalde in de op grond van artikel 13, zesde lid, van de CER-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie: € 10.000.000,– of 2% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar van de onderneming waartoe de kritieke entiteit behoort, indien het laatstbedoelde bedrag hoger is; in geval van een andere overtreding: € 1.000.000,–. 3. De werking van het besluit tot oplegging van de boete wordt opgeschort totdat het besluit onherroepelijk is. 4. Verzet schorst de tenuitvoerlegging van een dwangbevel dat strekt tot invordering van de boete. 5. Artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing op de overtreding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel