Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 15

(aanwijzing en taken bevoegde autoriteit)

Onderdeel van Cyberbeveiligingswet· Informatierecht

Deze tekst geldt sinds 15 augustus 2026

1. De bevoegde autoriteit is voor de entiteiten in de sectoren en subsectoren, genoemd in bijlage 1 en bijlage 2 van deze wet: Bevoegde autoriteit Sector Subsector (indien van toepassing) Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties overheid centrale overheden decentrale overheden, uitgezonderd de waterschappen Onze Minister van Economische Zaken digitale infrastructuur beheer van ICT-diensten (business-to-business) ruimtevaart post- en koeriersdiensten vervaardiging vervaardiging van informaticaproducten en van elektronische en optische producten vervaardiging van elektrische apparatuur vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen, niet elders geclassificeerd vervaardiging van motorvoertuigen, aanhangers en opleggers vervaardiging van andere transportmiddelen digitale aanbieders Onze Minister van Financiën bankwezen infrastructuur voor de financiële markt Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat vervoer lucht spoor water weg drinkwater afvalwater afvalstoffenbeheer vervaardiging, productie en distributie van chemische stoffen overheid decentrale overheden, alleen voor wat betreft de waterschappen Onze Minister van Klimaat en Groene Groei energie elektriciteit stadsverwarming en -koeling aardolie aardgas waterstof Onze Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur productie, verwerking en distributie van levensmiddelen Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gezondheidszorg vervaardiging vervaardiging van medische hulpmiddelen en medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek 2. Onze Minister van Economische Zaken is de bevoegde autoriteit voor de entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen. 3. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is de bevoegde autoriteit voor de instellingen voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onder g, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, die op grond van artikel 11 zijn aangewezen als essentiële entiteit of op grond van artikel 13 zijn aangewezen als belangrijke entiteit. 4. De bevoegde autoriteit voor een entiteit in de sector onderzoek, genoemd in bijlage 2 van deze wet, is Onze Minister die is aangewezen als bevoegde autoriteit voor de entiteiten in de sector of subsector waarin de betrokken entiteit haar onderzoeksactiviteiten verricht. De bevoegde autoriteit voor een entiteit in de sector onderzoek, genoemd in bijlage 2 van deze wet, die niet valt in een sector of subsector waarvoor reeds een bevoegde autoriteit is aangewezen, is Onze Minister die het aangaat. 5. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 8 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten, van een op grond van artikel 6, eerste lid, van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten aangewezen kritieke entiteit is tevens de bevoegde autoriteit in de zin van deze wet voor die entiteit. 6. De bevoegde autoriteit heeft de volgende taken: het zorgen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet ten aanzien van essentiële entiteiten, belangrijke entiteiten, entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen en leden van het bestuur van essentiële entiteiten en belangrijke entiteiten; het zorgen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond van artikel 24, tweede lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie; en de overige in deze wet genoemde taken van de bevoegde autoriteit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel