Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 29

(bewaring van persoonsgegevens)

Onderdeel van Cyberbeveiligingsbesluit· Informatierecht

Deze tekst geldt sinds 15 augustus 2026

1. De persoonsgegevens, niet zijnde de persoonsgegevens, bedoeld in artikel 64, tweede lid, van de wet, die door het centrale contactpunt, het CSIRT en Onze Minister bij of krachtens de wet worden verwerkt, worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is ter uitvoering van hun taken op grond van de wet, doch uiterlijk binnen 60 maanden na de eerste verwerking verwijderd. 2. In afwijking van het eerste lid worden de persoonsgegevens die zijn opgenomen in het nationale register, bedoeld in artikel 43 van de wet, niet langer bewaard dan noodzakelijk is ter uitvoering van de taken van Onze Minister op grond van artikel 43 van de wet, doch uiterlijk binnen 60 maanden na de laatste bevestiging van de juistheid van de betreffende persoonsgegevens verwijderd. 3. De persoonsgegevens, niet zijnde de persoonsgegevens, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de wet, die door de bevoegde autoriteit bij of krachtens de wet worden verwerkt, worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is ter uitvoering van haar taken op grond van de wet, doch uiterlijk binnen 60 maanden na de eerste verwerking verwijderd. 4. In afwijking van het derde lid worden de persoonsgegevens, niet zijnde de persoonsgegevens, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de wet, die door de bevoegde autoriteit bij of krachtens de wet worden verwerkt met het oog op toezichtstrajecten en daarmee samenhangende bestuursrechtelijke procedures, niet langer bewaard dan daarvoor noodzakelijk is, doch uiterlijk binnen 120 maanden na de eerste verwerking verwijderd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel