Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Wet COA en de Rva 2005

Onderdeel van Maatregelenbeleid COA· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 22 juli 2026

Het recht op opvang wordt in de Nederlandse wetgeving geregeld in de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: de Wet COA) en de Rva 2005. De Wet COA bepaalt dat het COA wordt ingesteld om de materiële en immateriële opvang van asielzoekers te verzorgen. De specifieke regels over de verstrekkingen aan asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen zijn uiteengezet in de Rva 2005. De Rva 2005 bepaalt onder meer welke verstrekkingen worden geboden. In artikel 9 van de Rva 2005 is opgenomen welke verstrekkingen de opvang in een opvangvoorziening omvatten. De ‘reguliere’ verstrekkingen van artikel 9 worden buiten toepassing verklaard voor de vreemdelingen die onder de Asiel- en Migratiebeheerverordening (hierna: AMbV) vallen, tenzij het een minderjarige vreemdeling betreft (zie artikel 9a Rva 2005). De wettelijke grondslag voor de bevoegdheid van het COA om verstrekkingen te beperken of te onthouden en daarmee een maatregel op te leggen aan bewoners, is neergelegd in artikel 10 van de Rva 2005. De Rva 2005 gaat in artikel 19 in op de rechten en de plichten van de bewoner. Uit Artikel 3a van de Wet COA volgt dat het COA bepaalt in welke opvangvoorziening een asielzoeker wordt geplaatst en is het COA de bevoegdheid verleend een asielzoeker naar een andere voorziening over te plaatsen. In artikel 11 van de Rva 2005 is opgenomen dat een asielzoeker alleen wordt overgeplaatst indien dit noodzakelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel