In aanvulling op artikel 14 gelden bij een behandeling door een klachtadviesinstantie de navolgende bepalingen:
De klachtbehandelaar stelt de klachtadviesinstantie in. De klachtadviesinstantie bestaat uit één persoon of uit een commissie van drie of meer leden. In alle gevallen kan een klachtadviesinstantie worden bijgestaan door een secretaris, die tevens lid kan zijn van de commissie.
Indien de klacht betrekking heeft op gedragingen van meerdere functionarissen die werkzaam zijn bij verschillende defensieonderdelen, stelt de klachtbehandelaar van het defensieonderdeel waarbinnen de meeste beklaagden zijn gesitueerd een klachtadviesinstantie in. Deze klachtadviesinstantie brengt advies uit aan de onderscheiden klachtbehandelaars per defensieonderdeel.
De klachtadviesinstantie oefent de bevoegdheden van de klachtbehandelaar uit, als bedoeld in artikel 14. De klachtbehandelaar blijft verantwoordelijk voor de afdoening van de klacht, als bedoeld in artikel 18.
Van een klachtadviesinstantie kunnen geen deel uitmaken:
de klachtbehandelaar;
de CKC;
de DKC;
de CVP en VP;
de adviseur meldpunt;
de adviseur integriteit;
de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht, alsmede functionarissen uit diens staf;
functionarissen belast met opsporing van strafbare feiten;
functionarissen die vanuit hun rol of functie betrokken zullen zijn bij of aanwijzingen kunnen geven over te nemen maatregelen na afdoening van de specifieke klacht;
personen die in een zodanige persoonlijke of functionele relatie tot klager en/of beklaagde staan of hebben gestaan dat zij niet als onpartijdig kunnen worden beschouwd, dit ter beoordeling van de klachtbehandelaar.
De klachtbehandelaar stelt de klachtadviesinstantie in staat de werkzaamheden te verrichten en verschaft daarvoor de nodige faciliteiten.
Op een klachtadviesinstantie is het protocol ‘Klachtbehandeling door een klachtadviesinstantie’ van toepassing. Het protocol wordt door de klachtadviesinstantie toegezonden aan klager, beklaagde en, in voorkomend geval, andere te horen personen.
Een klachtadviesinstantie kan de klachtbehandelaar gemotiveerd adviseren de klacht niet in behandeling te nemen, met inachtneming van artikel 4.
Een klachtadviesinstantie kan de klachtbehandelaar adviseren de klacht niet in behandeling te nemen indien niet voldaan is aan artikel 8, eerste lid, en klager het verzuim niet heeft hersteld, nadat klager daartoe in de gelegenheid is gesteld.
Alvorens een definitief advies uit te brengen aan de klachtbehandelaar, stelt de klachtadviesinstantie klager en beklaagde in de gelegenheid hun zienswijze ten aanzien van de bevindingen en het concept advies binnen een termijn van twee weken schriftelijk kenbaar te maken. Deze zienswijzen worden gevoegd bij het definitieve advies aan de klachtbehandelaar. Indien een zienswijze reden is het concept advies aan te passen, informeert de klachtadviesinstantie klager en beklaagde hierover schriftelijk.
De klachtadviesinstantie motiveert in het advies welke gedragingen naar haar oordeel zijn komen vast te staan en motiveert voorts welke onderdelen van de klacht voor (al dan niet gedeeltelijke) gegrond- of ongegrondverklaring in aanmerking komen. Indien gedragingen niet vastgesteld kunnen worden adviseert de klachtadviesinstantie om ten aanzien daarvan geen oordeel uit te spreken.
Bij het advies worden alle hoorverslagen, reacties daarop, zienswijzen en overige stukken waar in het advies naar wordt verwezen, gevoegd.
De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum
van uitgifte.
Artikel 15
Behandeling door een klachtadviesinstantie, niet zijnde de Commissie Ongewenst Gedrag
Onderdeel van Klachtenregeling Defensie· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 7 augustus 2026